Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Wonen in + werken aan Feijenoord/Kop van Zuid

Dovnload 111.18 Kb.

Wonen in + werken aan Feijenoord/Kop van Zuid



Pagina1/6
Datum01.08.2017
Grootte111.18 Kb.

Dovnload 111.18 Kb.
  1   2   3   4   5   6

Wonen in + werken aan Feijenoord/Kop van Zuid


Onze opdracht was om te achterhalen wat de betekenis en het gezicht van de wijk Feijenoord voor aanwezige en potentiële bewoners zijn. In dit stuk geven wij op twee manieren antwoord op deze vraag. In het eerste deel schetsen we de algemene beoordeling van de wijk (en omgeving) van vijf bewonersgroepen: oorspronkelijke stedelingen, Turkse (thuis)vrouwen en mannen, nieuwe stedelingen, allochtone sociale stijgers en starters. In het tweede deel splitsen we dit algemene beeld uit in twaalf concrete thema’s c.q. opgaves voor Feijenoord/Kop van Zuid.


Onze conclusies en voorstellen zijn gebaseerd op gegevens uit:

  • zeven focusgroepsgesprekken (ouders van BO De Pijler, een moedergroep en een vadergroep van BO De Dukdalf, kunstenaars, bewoners Simons complex, kopers Feijenoordkade)

  • interviews met de bezoekers van de kijkdag van de modelwoning in het U-blok

  • enquêteformulieren over actieradius en voorzieningengebruik die De Werkplaats op ons verzoek tijdens hun oriëntatiegesprekken met actieve groepen in de wijk hebben laten invullen

  • 2 bewonersonderzoeken van Simons complex van de BOF/KvZ

  • leeronderzoeken en verslaglegging eigen beleving van twintig 2e jaars HRO-studenten.

  • Wandelingen door de wijk, losse gesprekken met bewoners en professionals en bezoek aan acties en evenementen.

  • De workshop Feijenoord van studenten Real Estate & Housing van de Technische Universiteit Delft.

  • Eerdere eigen onderzoeken in dit gebied; met name het onderzoek onder bewoners van Stadstuinen en allochtone sociale stijgers in Feijenoord in verband met de ontwikkeling van ParkStad.

Dit stuk is bedoeld als analytische onderlegger van de nieuwe wijkvisie van woningcorporatie De Nieuwe Unie, onze opdrachtgever. Die wijkvisie wordt geen blauwdruk voor vorm en inhoud van de wijk voor de komende tien jaar, maar kader en inspiratiebron voor een vernieuwing- en verbeteringsproces van het gebied Feijenoord/Kop van Zuid. Bij dat proces zullen naast De Nieuwe Unie tal van andere partijen betrokken (moeten) zijn; zoals de deelgemeente, woningcorporatie Vestia, wijkinstellingen zoals scholen, welzijnswerk en opbouwwerk; en last but not least de mensen die er wonen en/of werken.

We bieden dit stuk ook aan de deelnemers van de groepsgesprekken aan. Hartelijk dank voor uw verhalen. Hopelijk inspireert ons verhaal u weer om mee te werken aan de gewenste verbeteringen.
Arnold Reijndorp & Joke van der Zwaard

(i.s.m. De Werkplaats: Piet Huiskens & Willemijn Visser)


Rotterdam, juli 2005

Deel 1: vijf perspectieven op Feijenoord/Kop van Zuid

Bewoners kijken vanuit verschillende ervaringen en maatschappelijke posities naar hun (mogelijke) woonomgeving. Vooral van invloed zijn hun sociaal-economische positie (financiële keuzemogelijkheden en status), hun sociale reputatie als autochtoon of allochtoon, hun woongeschiedenis en bijbehorend referentiekader, man-vrouw, met of zonder baan, met of zonder kinderen en leeftijd. Op die manier onderscheiden wij vijf groepen: oorspronkelijke stedelingen, Turkse thuisvrouwen en mannen, nieuwe stedelingen, allochtone stijgers en starters. Deze bewonersgroepen noemen een aantal dezelfde kenmerken (bijvoorbeeld ‘een afgelegen buurtje’) en etiketten (met name ‘achterstandsbuurt’) van Feijenoord, maar beleven die verschillend. Ze delen een aantal idealen (‘gemengd’ en ‘levendig’), maar vullen die gedeeltelijk anders in. We maken dus geen onderscheid naar leeftijd. Die komen wel aan de orde in het tweede deel: de uitwerking in opgaves.



De oorspronkelijke stedelingen
‘EEN VERGETEN STUKJE’

Feijenoord ligt prachtig aan het water. Dat zien alle groepen als een belangrijke kwaliteit van de wijk. De bewoners van het Simons-complex wonen wat dat betreft op een toplokatie. Voor de bewoners van het eerste uur degradeerde Simons de afgelopen jaren echter van het centrum van de wijk Feijenoord naar ‘een vergeten stukje’, ver weg van waar het tegenwoordig allemaal te doen is: de Konmar, de Erasmusbrug en de Kop van Zuid. Er komt nooit iemand in hun buurtje en mensen kennen het niet.

Het idee van deze oorspronkelijke stedelingen dat hun buurt, en daarmee ook zijzelf, er niet meer toe doen, wordt versterkt door het verdwijnen van de winkels in de directe omgeving en de inkrimping van het openbaar vervoer.

Alleen vanaf de overkant van de Maas is nog te zien hoe mooi (gelegen) het blok is.


Andere bewoners missen de buurtwinkels ook, maar waarderen dit rustige afgelegen gedeelte van Feijenoord als ‘stedelijkheid in de luwte’. Rustig en toch centraal. Dat geldt voor de kopers van de Feijenoordkade en de kunstenaars van het Zinkerblok, maar ook voor de nieuwe stedeling in Simons (‘Of je nou thuis komt of weggaat, je bent overal zo. Ik vind sowieso een voordeel dat het wel een stadswijk is, maar toch rustig’). Dit verschil in waardering en beoordeling hangt samen met de eigen status en sociale reputatie. Daardoor legt de een wel en de ander niet de associatie tussen ‘achteraf’ en ‘vergeten’ met:
ACHTERSTANDSBUURT

Want volgens de ‘oude’ bewoners is niet alleen de plek in waarde gedaald, maar is ook de sociale status van de buurt veranderd doordat Nederlanders vertrokken en daarvoor in de plaats buitenlanders kwamen. Door deze verandering van bevolkingsamenstelling kreeg hun buurt (en zijzelf!) het etiket ‘achterstandsbuurt’. Veel van hun onvrede heeft te maken met dit statusverlies.


Die onvrede staat los van het feit of zij wel of niet goed met hun Turkse en Marokkaanse buren op kunnen schieten, maar vertaalt zich wel in afzetten tegen de nieuwe rijke buren.

‘Dat zijn allemaal forenzen, die smeren hem allemaal, buiten Rotterdam werken, met hun dikke auto’s…’ (zegt een dertiger die zelf ook een baan in Den Haag heeft en net uitgelegd heeft dat hij meestal niet voor 19.00 uur thuis is, maar wel in de wijk is opgegroeid) en ze komen zeker niet uit de wijk en ze gaan zich ook niet mengen.

In deze beoordeling/voorspelling zit klassetrots gecombineerd met klassefrustratie. Met de komst van de nieuwe rijke buren, gaat het etiket ‘achterstand’ niet van hun hoofd, zo is hun overtuiging. Want zijn die dure huizen niet gebouwd omdat zij met elkaar een achterstandsbuurt vormden?
Tegelijkertijd verbazen zij zich erover dat mensen met financiële keuzemogelijkheden zo’n investering hebben gedaan in deze achterstandsbuurt. Zijn die mensen naief? Zouden ze wel weten waar ze iets gekocht hebben? Of zijn ze onverschillig en afstandelijk? Kan het hen niets schelen waar ze wonen, omdat ze toch niets met de buurt te maken willen hebben en ze alleen maar kijken naar hun paleisje voor een zacht prijsje?
De term ‘achterstandsbuurt’ is niet door bewoners bedacht; het is een beoordeling en typering van anderen. Alle bewoners meten de status van de buurt af aan wat anderen ervan zeggen en schrijven. Een van de deelnemers van de Turkse vadergroep begon er wel drie keer over, dat ‘iedereen’ in Nederland de wijk Feijenoord en de Oranjeboomstraat lijkt te kennen; en niet in positieve zin. Voor deze Turkse man (en andere allochtone bewoners die de laatste 0-30 jaar in Feijenoord zijn komen wonen) en voor de oorspronkelijke stedelingen is ‘achterstandsbuurt’ een stigma. Het etiket zit ook op hun hoofd; zo voelen zij dat in ieder geval en geef hun eens ongelijk! Voor de nieuwe en rijkere stedelingen geldt dat niet, maar vormt dit negatieve etiket een financieel risiko. Sommigen vragen zich bezorgd af of er nog wel meer van Ons Soort Mensen belangstelling voor dit gebied zullen hebben. Ofwel: wordt het nog iets of hebben ze toch een kat in de zak gekocht? En weer anderen ontlenen er wellicht een zekere avonturiers-status aan om in een gebied met zo’n naam te wonen.
INKRIMPENDE WERELD

Er zijn de afgelopen jaren niet alleen mensen bijgekomen, er zijn ook mensen weggegaan. Het idee van de oorspronkelijke bewoners dat hun buurt ‘achteruit is gegaan’, hangt samen met hun gevoel dat de wereld van Ons Soort Mensen kleiner is geworden door de nieuwe instroom. Ook een 34-jarige Surinaamse man heeft het over ‘de harde kern’ van oude bewoners, waartoe hij zichzelf ook rekent. Het nostalgische beeld over vroeger gaat over gewone, een beetje ruwe maar hartelijke mensen. De buurt was toen ook niet homogeen, maar hij is wel heterogener en daarmee minder voorspelbaar geworden. ‘De een groet wel, de ander niet. Dat had je vroeger niet. Je groette mekaar altijd. En dat is weg’. De meeste bewoners hebben nog wel een band met een klein (multicultureel) clubje buren, waarmee ze allerlei diensten uitwisselen en waarvoor ze in nood klaar staan, maar in een iets breder verband zijn de vanzelfsprekende omgangsvormen weggevallen. Ze moeten elke keer maar weer afwachten of de nieuwe buren zich aan de portiekgewoontes aanpassen.

Echte onveiligheidskwesties werden niet genoemd. Ook uit de BOF-onderzoeken komen hoge veiligheidsscores voor Simons. Waarom de Rotterdam-wet in dit gebied is ingevoerd, is voor ons een raadsel.
Marokkaanse en Turkse bewoners van Simons (en Feijenoord) hebben geen last van een inkrimpende wereld. Integendeel, hun sociale netwerk groeide juist de laatste jaren. Toch distantieert de Marokkaanse buurman zich niet van het verhaal over het verdwijnen van de oude gezelligheid. Dat heeft te maken met de bredere context van dit onbehagen, met algemenere gevoelens van sociale onveiligheid, kwetsbaarheid. Die gevoelens hebben maar in beperkte mate te maken met incidenten die de score op de veiligheidsmonitoren bepalen. Ze gaan over de sfeer, de onderling omgang, je welkom voelen in een café, en de dingen die gezegd worden: in de directe omgang, in de krant en vanuit het stadhuis.
ONBETROUWBARE WERELD

Iedereen heeft eigen voorbeelden van de waargenomen verharding. De een heeft het over de hardheid van het stedelijk leven. ‘Mensen lopen dwars door je heen’. De ander twijfelt of mensen nog wel behulpzaam zijn als het nodig is.

Voor de Marokkaanse buurman hebben de gevoelens van sociale onveiligheid en kwetsbaarheid te maken met de anti-Marokkanen en anti-Islam-verhalen waar hij elke dag weer mee te maken heeft. De vernederingen die hij zelf ondergaat, ook als hij in functie is, en de angst dat zijn zonen het niet meer zullen pikken en dan rare dingen gaan doen.
Het onbehagen op het microniveau van het buurtje in Feijenoord en het onbehagen op mesoniveau/macroniveau van de stad of het land kunnen elkaar versterken, maar kan ook tot relativering leiden, bleek in het gesprek met kopers van de Feijenoordkade. De een neemt de overlast van ‘hangautojongeren’ op de Feijenoordkade nog zwaarder omdat hij het verschijnsel op veel verschillende plekken in de stad ziet. Voor hem is dat een teken dat het op deze plek ook al mis gaat. Voor de anderen is dat juist een reden om ‘de overlast’ voor hun deur te relativeren: dat heb je dus overal…
Terug naar de oorspronkelijke stedelingen. Ondanks de veranderingen is Feijenoord voor hen nog steeds ook VERTROUWDE WERELD

Geen van de Simons-bewoners is serieus van plan om te verhuizen.

Dat gevoel van vertrouwdheid delen ze met veel Turken, Marokkanen en Surinamers die inmiddels ook al zo’n 20 tot 30 jaar in Feijenoord wonen en/of er geboren zijn.

Op de vraag aan kijkers/aspirant-kopers van de modelwoning in het U-blok wat er zo aantrekkelijk is aan deze plek, antwoordde de meerderheid ‘vertrouwde buurt’.

(De prijs -kan ik het wel betalen?- was het belangrijkste twijfelpunt.)
Vertrouwdheid moet groeien. Een moeder van BO De Pijler, een begin-dertiger, geboren en getogen in een naoorlogse wijk op zuid, vertelt hetzelfde verhaal over de verloren wereld van ‘alles samen’, de oude gezelligheid etc. Het verschil met de oorspronkelijke Feijenoorders is dat Feijenoord voor haar onbekend en daardoor bedreigend is. Ze lijkt zich overal buitenstaander te voelen.

De kunstenaars van het Zinkerblok voelen zich ook buitenstaander, maar merken de vertrouwdheid van de bewoners met elkaar en met de buurt wel op. Ze kenmerken het positief als gemoedelijk, vriendelijk, dorps. ‘Ik voelde me er gelijk thuis en veilig.’

De reactie van de HBO-studenten uit de randgemeenten lijkt meer op die van de Nederlandse nieuwkoomster uit zuid. Ze voelden zich tijdens wandelingen door de wijk bekeken als niet-Feijenoorders. Hun conclusie is dat de bevolking van Feijenoord uit ‘geïsoleerde groepen’ bestaat. Ze blijven het liefst in hun eigen dorp wonen.

  1   2   3   4   5   6

  • Deel 1: vijf perspectieven op Feijenoord/Kop van Zuid

  • Dovnload 111.18 Kb.