Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Vlaams parlement ₪ schriftelijke vragen kris peeters

Dovnload 13.38 Kb.

Vlaams parlement ₪ schriftelijke vragen kris peeters



Datum09.12.2018
Grootte13.38 Kb.

Dovnload 13.38 Kb.

vlaams parlement

schriftelijke vragen

kris peeters

minister-president van de vlaamse regering, vlaams minister van economie, buitenlands beleid, landbouw en plattelandsbeleid

Vraag nr. 456

van 6 juli 2012

van lode vereeck




Europees Noodfonds - Standpunt
In het kader van de eurocrisis wordt gestreefd naar een Europees Noodfonds (ESM). De lidstaten dienen dit fonds goed te keuren.

 

De Kamer en de Senaat hebben het ESM-verdrag onlangs goedgekeurd. Op 21 juni 2012 stelde minister Muyters in de krant De Morgen dat hij van mening was dat ook de regio’s dienen gehoord te worden in dit dossier. Federaal minister Vanackere oordeelde dat het federale niveau alleen kan beslissen en dat de goedkeuring van de regio’s niet nodig was.



 

Volgens de berichtgeving zou er vervolgens overleg gepleegd zijn tussen de federale overheid en de deelstaten.

 

In een reactie stelde minister-president Peeters dat Vlaanderen de goedkeuring van dit Europees Noodfonds niet zou tegenhouden en dat Vlaanderen zich pragmatisch zou opstellen.



 

Op 27 juni 2012 werd in de plenaire vergadering het ontwerp van decreet houdende instemming met het besluit van de Europese Raad van 25 maart 2011 tot de wijziging van artikel 136 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot een stabiliteitsmechanisme voor de lidstaten die de euro als munt hebben, goedgekeurd.

 


  1. Minister Muyters stelde in het voormelde artikel in De Morgen dat Vlaanderen moest betrokken worden bij de goedkeuring van het ESM-verdrag.

Op basis van welke elementen was minister Muyters van mening dat Vlaanderen inspraak diende te hebben in de goedkeuring van het ESM-verdrag? Wat is de juridische basis voor deze stelling?

 


  1. Vertolkte minister Muyters met deze stelling het standpunt van de Vlaamse Regering ter zake of betrof het een persoonlijk standpunt?

 

  1. In een reactie stelde minister-president Peeters dat Vlaanderen de goedkeuring van dit Europees Noodfonds niet zal tegenhouden en dat Vlaanderen zich pragmatisch zal opstellen.

Hoe rijmt de minister-president dit standpunt met de stelling zoals door minister Muyters vertolkt in De Morgen op 21 juni 2012?

 


  1. Tijdens de bespreking van het ontwerp van decreet houdende instemming met het besluit van de Europese Raad van 25 maart 2011 tot de wijziging van artikel 136 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot een stabiliteitsmechanisme voor de lidstaten die de euro als munt hebben,  verwees minister-president Peeters naar de discussie over het al dan niet gemengd karakter van het voormelde Europese verdrag.

 

  1. Welke inspraakmogelijkheden heeft Vlaanderen in het algemeen m.b.t. dergelijke gemengde verdragen?




  1. Wat is de juridische basis voor de inspraak van de deelstaten in dergelijke aangelegenheden?




  1. Welke voorwaarden zijn verbonden aan de classificatie van een verdrag als gemengd verdrag?




  1. Welke mogelijkheden heeft Vlaanderen in het algemeen om inzake gemengde verdragen de besluitvorming te beïnvloeden?




  1. Welke zijn de hiertoe bestaande overlegorganen?

 

  1. M.b.t. dit ontwerp van decreet houdende instemming met het besluit van de Europese Raad van 25 maart 2011 tot de wijziging van artikel 136 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot een stabiliteitsmechanisme voor de lidstaten die de euro als munt hebben, verwees minister-president Peeters naar overleg met de federale overheid en de deelstaten.

 

  1. Welke overlegmomenten zijn er in dit concrete dossier geweest? Graag een overzicht van timing en inhoud van de verschillende overlegmomenten die in dit dossier hebben plaatsgevonden.




  1. Minister-president Peeters gaf in de plenaire vergadering op 27 juni 2012 aan dat de Vlaamse Regering m.b.t. het ESM-verdrag “geen stokken in de wielen zou steken”.

Zou Vlaanderen in dit concrete dossier bepaalde stappen kunnen hebben gezet om de besluitvorming in dit dossier minstens te beïnvloeden? Zo ja, welke stappen?


N.B. Deze vraag werd gesteld aan de ministers Peeters (vraag nr. 456) en Muyters (nr. 755).

 

 


Dovnload 13.38 Kb.