Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Titel: Interdisciplinaire Promovendi: Geluksvogels of Pechvogels? blz. / 3

Dovnload 238.19 Kb.

Titel: Interdisciplinaire Promovendi: Geluksvogels of Pechvogels? blz. / 3



Pagina1/2
Datum04.12.2018
Grootte238.19 Kb.

Dovnload 238.19 Kb.
  1   2

jubileumdocument 1963 – 2013

titel: Interdisciplinaire Promovendi: Geluksvogels of Pechvogels? blz. / 3



Interdisciplinaire Promovendi1: Geluksvogels of Pechvogels?2

door Jan de Graaf


Tijdens mijn werkzame leven aan de TU/e heb ik vele malen zitting genomen in promotiecommissies ten behoeve van de niet-wiskunde faculteiten. Door de opkomst van het computergebruik nam, in de jaren tachtig, het promoveren bij strikt technologische faculteiten plotseling een hoge vlucht. Neem nou werktuigbouwkunde. De computer maakte, bijvoorbeeld, promoveren op wat moeilijke 1e jaars mechanica-sommetjes mogelijk. Voordien was promoveren bij technische faculteiten tamelijk ongebruikelijk, c.q. veel minder gangbaar. Toevallig kon er ook in die tijd door de faculteiten een forse promotiepremie geïnd worden. Vooral wiskundigen met een fysisch/technische achtergrond kwamen goed van pas om vragen te stellen als er in het te bediscussiëren proefschrift ’veel formules stonden’. Geliefd maakten ze zich niet altijd! Vaak was het volgende aan de hand: de werktuigbouwcollega treft in een proefschrift een formulebrij aan die typografisch op wiskunde lijkt en denkt: ’Tsjonge wat knap. Dat zal wel over wiskunde gaan’. De wiskundige ziet de formulebrij, kan er niet echt een koekje van bakken, maar denkt: ’Dat moet wel over een belangrijke werktuigbouwkundige toepassing gaan’. De echt moeilijke kwestie is: is zo’n jonge wetenschapper een ”bruggenbouwer” of een ”ermee-weg-komer”? Mijns inziens waren laatstgenoemde qualificaties destijds niet slechts afzonderlijk van toepassing, maar, niet zelden, ook tegelijkertijd.

De hier geschetste problematiek diende zich begin 2008 grotesk aan bij de ’Affaire Cabbolet’: Een beoogd multidisciplinair proefschrift werd, na gerommel in Tilburg, aangeboden bij wiskunde aan de TU/e. Als lid van de primaire beoordelingscommissie was ik daar nauw bij betrokken. Uiteindelijk heeft de kwestie op drie universiteiten gespeeld en ook in het vermaarde tijdschrift ’Annalen der Physik’ gestaan. Hieronder mijn ervaringsverslag, waarin ik mijn eigen zwaktes niet schuw! Concrete data en (spelling van) namen heb ik veiligheidshalve opgediept uit [1].


Het, na goedkeuring, afblazen van een promotie te Eindhoven
Marcoen Cabbolet (1967), afgestudeerd in de fysisch-organische chemie (1991) in de groep van professor Buck, werkte vanaf 1997, onder leiding van professor Sergey Sannikov van het Instituut voor Physica en Technologie KIPT in Charkov (Ukraïne), aan zijn manuscript ”Elementary Process Theory, mathematical principles of individual processes in a non-local, non-deterministic, non-probabilistic, heterogeneous universe”. Helaas kwam Sannikov te overlijden voor het onderzoek was afgerond. Na afronding legde Cabbolet zijn proefschrift voor aan de promotiecommissie van de Faculteit Geesteswetenschappen in Tilburg. Eerste promotor werd prof. dr. Harrie de Swart, hoogleraar in de Filosofie en Grondslagen van de Wiskunde. Echter, Cabbolet trok zijn proefschrift terug na een aanvaring met fysicus Hartman in de promotiecommissie. Voor meer smakelijke en smadelijke details hierover zie [1]. Vervolgens kwam, via persoonlijke contacten, de TU/e in de picture. Ook daar werd De Swart eerste promotor. Tweede promotor werd collega Malo Hautus. (Om aan de TU/e te promoveren moet minstens een der promotoren aldaar hoogleraar zijn.) Als co-promotor zou de theoretisch natuurkundige Karl Svozil, verbonden aan de Universiteit van Wenen, fungeren. Malo Hautus nodigde mij (JdG) uit om in de ’kleine commissie’ zitting te nemen. De promotie kon alleen doorgaan als ook ik instemde. Mijn allereerste tegenstribbeling was dat ik geen ’grondslagen-expert’ ben. ’Geen bezwaar’, vond Hautus, ’die hebben we genoeg in de commissie`. Kijk jij maar naar het hoofdstuk met de Toepassingen in de quantummechanica. Allemaal heel multidisciplinair dus! Omdat ik als emeritus tijd genoeg heb, praatte ik een hele ochtend met promovendus Cabbolet. Deze maakte op mij een prettige, erudiete en welbespraakte indruk. Wel vond ik zijn quantumtoepassingen erg aan de magere kant. Alleen vrije deeltjes werden besproken en er was geen enkele brug naar een gangbaar ’formalisme’ zoals Schrödinger-vergelijking of veldentheorie. Mijn (naïeve?) suggestie aan hem was, een hoofdstuk toe te voegen met een bespreking van de ’harmonische oscillator’ of het ’waterstofatoom’, zodat ik aan de hand daarvan mijzelf kon uitleggen waar het allemaal over ging. Eerlijk gezegd betwijfelde ik op dat ogenblik, of hij dat op korte termijn zou kunnen. De promovendus zei blij te zijn met mijn aandacht en stemde in met mijn suggesties. Hij beloofde drie weken later terug te komen met zijn voorstel!
E
  1   2

  • Het, na goedkeuring, afblazen van een promotie te Eindhoven

  • Dovnload 238.19 Kb.