Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Plan van aanpak Implementatie van de eu richtlijn Overstromingsrisico’s

Dovnload 414.53 Kb.

Plan van aanpak Implementatie van de eu richtlijn Overstromingsrisico’s



Pagina1/5
Datum14.09.2017
Grootte414.53 Kb.

Dovnload 414.53 Kb.
  1   2   3   4   5




Plan van aanpak







Implementatie van de EU Richtlijn Overstromingsrisico’s

Kaarten, plannen en reporting



Datum




28 april 2010

Status




Eindconcept






Plan van aanpak







Implementatie van de EU Richtlijn Overstromingsrisico’s

Kaarten, plannen en reporting


Datum




28 april 2010

Status




Eindconcept

















Inhoud

Samenvatting 6

1Inleiding: De richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) 8

1.1 De Richtlijn Overstromingsrisico’s: inhoud en vereisten 8

1.1 De Richtlijn Overstromingsrisico’s: inhoud en vereisten 8

1.2 Definiëring van begrippen uit de ROR 9

1.2 Definiëring van begrippen uit de ROR 9

2Implementatie van de ROR: Vertrek- en uitgangspunten 10

2.1 Nationale ambitie richtlijn Overstromingsrisico’s 10

2.1 Nationale ambitie richtlijn Overstromingsrisico’s 10

2.2 Juridische implementatie 10

2.2 Juridische implementatie 10

2.3 Voorbereiding van de productie van Kaarten 11

2.3 Voorbereiding van de productie van Kaarten 11

2.4 Voorbereiding van de productie van plannen 12

2.4 Voorbereiding van de productie van plannen 12

2.5 Gemaakte keuzes t.a.v. de internationale afstemming en samenwerking 14

2.5 Gemaakte keuzes t.a.v. de internationale afstemming en samenwerking 14

3Resultaat en producten 16

3.1 Resultaat 16

3.1 Resultaat 16

3.2 Producten / Rapportages aan de EU 16

3.2 Producten / Rapportages aan de EU 16

3.2.1 Vereiste eindproducten 16

3.2.1 Vereiste eindproducten 16

3.2.2 Rapportages aan de EU 16

3.2.2 Rapportages aan de EU 16

3.3 Beleidsproducten 16

3.3 Beleidsproducten 16

3.4 Kennisproducten 18

3.4 Kennisproducten 18

4Proces 20

4.1 Besluitvorming - bestuurlijk 20

4.1 Besluitvorming - bestuurlijk 20

4.1.1 Nationaal 20

4.1.1 Nationaal 20

4.1.2 Internationaal 20

4.1.2 Internationaal 20

4.2 Ambtelijk overleg 21

4.2 Ambtelijk overleg 21

5Participatie en Communicatie 22

5.1 Verplichtingen vanuit de ROR 22

5.1 Verplichtingen vanuit de ROR 22

5.2 Doelen Participatie en Communicatie bij implementatie ROR 22

5.2 Doelen Participatie en Communicatie bij implementatie ROR 22

5.3 Doel 1: Voldoen aan de ROR vereisten 22

5.3 Doel 1: Voldoen aan de ROR vereisten 22

5.3.1 Inspraak en beschikbaarheid van kaarten en plannen 22

5.3.1 Inspraak en beschikbaarheid van kaarten en plannen 22

5.3.2 Participatie overheden bij productie van kaarten en plannen 22

5.3.2 Participatie overheden bij productie van kaarten en plannen 22

5.4 Doel 2/3: het creëren van een brede betrokkenheid 22

5.4 Doel 2/3: het creëren van een brede betrokkenheid 22

5.5 Overzicht communicatiemiddelen/activiteiten 23

5.5 Overzicht communicatiemiddelen/activiteiten 23

6Planning 24

6.1 Mijlpalen 24

6.1 Mijlpalen 24

6.2 Kalender 24

6.2 Kalender 24

7Projectorganisatie 25

7.1 Bestuurlijke inbedding 25

7.1 Bestuurlijke inbedding 25

7.2 Ambtelijke sturing op producten en proces 25

7.2 Ambtelijke sturing op producten en proces 25

7.2.1 IMPRO. 25

7.2.1 IMPRO. 25

7.3 Coördinerende Projectteams 26

7.3 Coördinerende Projectteams 26

7.3.1 Het Coördinatieteam Nationaal 26

7.3.1 Het Coördinatieteam Nationaal 26

7.3.2 Het coördinatieteam Internationaal 26

7.3.2 Het coördinatieteam Internationaal 26

7.4 Productieteams 27

7.4 Productieteams 27

7.4.1 Productieteam Kaarten 27

7.4.1 Productieteam Kaarten 27

7.4.2 Productieteams ORBP-en 27

7.4.2 Productieteams ORBP-en 27

7.5 Aanleveren en afstemming van gegevens 28

7.5 Aanleveren en afstemming van gegevens 28

7.6 Schematische weergave projectorganisatie 29

7.6 Schematische weergave projectorganisatie 29

8Kennis, instrumenten en middelen 30

9Risico’s en beheersmaatregelen 31

10Middelen 32

10.1 Inzet capaciteit 32

10.1 Inzet capaciteit 32

10.1.1 Inzet van het Rijk 32

10.1.1 Inzet van het Rijk 32

10.1.2 Inzet van de regio 32

10.1.2 Inzet van de regio 32

10.2 Inzet middelen 33

10.2 Inzet middelen 33

1. Vergelijking van het begrippenkader van de EU-ROR en het NWP 34

2. Provinciale deel Plan van Aanpak Richtlijn Overstromingsrisico’s 36

3. Samenstelling projectteams 37

4. Informatie-uitwisseling en coördinatie in het internationale Rijndistrict 39

5. Kalender implementatieproces ROR 2010-2015 42






    Samenvatting

De Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) verplicht de Lidstaten om, op basis van een aantal inhoudelijke en procedurele eisen, een voorlopige risicobeoordeling (uiterlijk 22-12-2011), overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten (uiterlijk 22-12-2013) en overstromingsrisicobeheerplannen (uiterlijk 22-12-21015) te maken. Het doel is de (grensoverschrijdende) negatieve gevolgen van overstromingen voor de gezondheid van de mens, het milieu, het culturele erfgoed en de economische bedrijvigheid te beperken (§ 1.1). Dit plan van aanpak beschrijft de inrichting van het implementatieproces van de ROR in Nederland in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems.
Totnogtoe is het uitgangspunt dat Nederland geen Voorlopige risicobeoordeling (VRB) uitvoert. Nederland maakt gebruik van artikel 13, lid 1b ROR. In 2010 worden, op basis van nieuwe inzichten, de voor- en nadelen van dit standpunt heroverwogen. Het is mogelijk dat alsnog wordt besloten een (gedeeltelijke) VRB uit te voeren (§ 2.2).
Na consultatie van diverse gebruikersgroepen is vastgesteld welke gegevens op de overstromingsgevaarkaarten (weergave van fysieke kenmerken van overstromingen) en overstromingsrisicokaarten (weergave van de potentiële gevolgen van overstromingen) komen te staan. Bij de productie van de kaarten wordt gebruik gemaakt van gegevens uit lopende processen zoals VNK en wordt aangesloten bij bestaande taken en bevoegdheden. Waterschappen en provincies leveren basisgegevens via de landelijk opererende database Lizard Flooding, beheerd door het IPO. De verplichte ROR kaarten zijn vanaf uiterlijk 2013 via risicokaart.nl publiek toegankelijk (§ 2.3).
In de overstromingsrisicobeheerplannen (ORBP-en) rapporteert Nederland per stroomgebied over de doelen en maatregelen in het vigerende nationale en regionale beleid betreffende overstromingsrisicobeheer. Ook hier blijven de bestaande bevoegdheden in tact: het Rijk (Ven W, BZK, VROM) schrijft een Rijksdeel, de provincies zorgen voor de gegevens voor het regionale deel. Afstemming van de provinciale bouwstenen gebeurt in productieteams op niveau van de stroomgebieden.

De ROR vereist aandacht voor zowel preventie, bescherming als paraatheid in de ORBP-en. Hoewel de Europese terminologie in de uitleg verschilt van de Nederlandse (bijlage 1) komt zij overeen met het begrip meerlaagsveiligheid zoals dat in het NWP is vastgelegd. De ontwikkeling van ORBP-en zou dan ook gezien kunnen worden als een manier om het concept meerlaagsveiligheid op een praktische manier invulling te geven (§ 2.4).


Internationale afstemming voor de productie van zowel kaarten als ORBP-en gebeurt in de internationale riviercommissies (IRC’s). Dit geldt zeker voor de hoofdstromen; voor kleinere wateren kunnen, in bilateraal overleg met de buurlanden, andere structuren worden ingezet (§2.5).
Overzichten van eind-, beleids-, en kennisproducten, inclusief verantwoordelijkheden en planning zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Een kalender is opgenomen als bijlage 5.
In §7.6 is een schematische weergave van de Projectorganisatie opgenomen.

Bestuurlijke besluitvorming rond de ROR verloopt via advies van de ambtelijke stuurgroep IMPRO aan het NWO naar de bewindspersoon VenW (§7.1 en §7.2). Uitvoering van de implementatie is zodanig ingericht dat de vanuit de ROR vereiste actieve participatie van de verschillende betrokken nationale en regionale overheden is gegarandeerd: op nationaal niveau zijn twee coördinatieteams, internationaal en nationaal, verantwoordelijk voor de inhoudelijke samenhang en planning van resp. deel A (internationaal plandeel) en deel B (nationaal plandeel) van de ORBP-en (§7.3). De daadwerkelijke productie van de kaarten gebeurt in het productieteam kaarten; voor de plannen in productieteams per stroomgebied op zowel nationaal als internationaal niveau. Deze teams zorgen niet alleen voor de teksten maar signaleren ook eventuele hiaten tov de vereisten van de ROR en zorgen waar nodig voor extra maatregelen om informatie af te stemmen (§7.4). Actieve betrokkenheid van relevante partijen zal worden gestimuleerd door diverse communicatieactiviteiten waaronder regionale bijeenkomsten en een virtueel kantoor (hoofdstuk 5).


Implementatie van de ROR heeft een tijdelijke extra capaciteitsbehoefte tot gevolg bij de betrokken partijen (§10.2, §10.3). De benodigde inzet voor de levering van kennisproducten is gegarandeerd via de BOA gelden (§10.4).



  1. Inleiding: De richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR)

Het Plan van Aanpak voor de implementatie van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) maakt onderdeel uit van een pakket van plannen van aanpak dat invulling geeft aan de Opdrachtomschrijving van het Deelprogramma Waterveiligheid in het kader van het Deltaprogramma. In dit Plan van Aanpak worden de voorgenomen activiteiten, inhoudelijk en procesmatig, beschreven die noodzakelijk zijn om aan de vereisten van de ROR te voldoen.

    1. De Richtlijn Overstromingsrisico’s: inhoud en vereisten

In november 2007 is de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (2007/60/EG) in werking getreden.
Het beoogde doel van de ROR is om een nationaal en internationaal kader voor de beoordeling en het beheer van overstromingsricsico’s vast te stellen, om zo negatieve gevolgen van overstromingen1 binnen de EU voor de gezondheid van de mens, het milieu, het cultureel erfgoed en de economische bedrijvigheid te beperken, anticiperend op klimaatverandering. Daarnaast biedt de ROR burgers, bedrijven en overheden transparantie over mogelijke overstromingsrisico’s2 (welke gebieden en hoe groot), wat eraan wordt gedaan om de risico’s te verminderen of te beheersen (doelstellingen en maatregelen) en wanneer en door wie die maatregelen worden genomen.
De ROR is een procesrichtlijn en bevat geen gekwantificeerde doelstellingen en maatregelen. Het is aan de afzonderlijke lidstaten om deze te ontwerpen. Nederland gaat uit van doelstellingen en maatregelen die in vigerend beleid zijn vastgelegd. Vanuit het niet-afwentelen principe (zie hieronder) is afstemming met de buurlanden binnen de grensoverschrijdende stroomgebieden verplicht.
De ROR verplicht de Lidstaten tot informatie-inwinning, overleg en planvorming voor nationaal én grensoverschrijdend beheer van overstromingsrisico’s. De ROR vereist 3 producten:

  • de voorlopige risicobeoordeling (VRB) is erop gericht om, op basis van beschikbare of makkelijk af te leiden informatie, de gebieden vast te stellen waar potentieel significante3 overstromingsrisico’s bestaan of te verwachten zijn (art.4; art. 5);

  • de overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten zijn erop gericht het publiek en het (lokaal) bestuur inzicht te bieden in de aard en omvang van de risico’s, mede als grondslag voor de aanpak voor het “beheer van het risico”. De ROR geeft voorschriften (art. 6) voor de soorten en inhoud van de kaarten;

  • de overstromingsrisicobeheerplannen (ORBP-en) bevatten een overzicht van adequate doelen en maatregelen om overstromingsrisico’s te beheren (art.7.2). De ROR benoemt (in artikel 7 ROR en bijlage 1) welke zaken in het plan aan de orde moeten komen. Bovendien zijn er procedure-eisen voor de publieke participatie en de afstemming met de KRW.

Daarnaast verplicht de ROR tot een aantal bindende principes, of proceseisen, die in bij de ontwikkeling van de kaarten en de ORBP-en tot uiting moeten komen:



  • Stroomgebiedbenadering: de overstromingsrisico's dienen voor het hele stroomgebied te worden beschouwd;

  • Veiligheidsketen: maatregelen moeten betrekking hebben op het beperken van de risico's, het verkleinen van de kans en/of de gevolgen, crisisbeheersing en nazorg (preventie, bescherming en paraatheid);

  • Risicobenadering: doelen en maatregelen worden bepaald op basis van een beoordeling van de overstromingskans in combinatie met de potentiële gevolgen van de overstroming;

  • Duurzaamheid: bij risicobeoordeling en de opstelling van overstromingsrisicobeheerplannen moet rekening gehouden worden met andere EU - richtlijnen en de gevolgen van klimaatverandering;

  • Solidariteit (niet-afwentelen): lidstaten mogen geen maatregelen nemen die de overstromingskansen in andere lidstaten verhogen tenzij ze daarover onderling overeenstemming hebben;

  • Publieke participatie: belanghebbenden worden actief betrokken bij het opstellen, toetsen en bijstellen van de ORBP-en. De lidstaten stellen de VRB-en, de overstromingsgevaarkaarten, de overstromingsrisicokaarten en de ORBP-en ter beschikking van het publiek.

In de onderstaande figuur staat de hiervoor beschreven ROR-cylcus schematisch weergegeven. Iedere 6 jaar worden de plannen geactualiseerd. In de figuur wordt er van uitgegaan dat de ROR en KRW-plannen niet zijn geïntegreerd. De ROR geeft aan dat in een volgende cyclus integratie tussen KRW en ROR gerealiseerd moet worden, áls dat voordelen biedt.



Figuur 1: ROR cyclus.




    1. Definiëring van begrippen uit de ROR

In dit plan van aanpak, en in de eindproducten voor de ROR, worden de termen en definities uit de richtlijntekst gehanteerd. De termen voor de hoofdaspecten van overstromingsrisicobeheer wijken op een aantal punten af van het begrippenkader dat in het NWP gehanteerd wordt. Om verwarring te voorkomen is in bijlage 1 een ‘vertaaltabel’ opgenomen.



  1. Implementatie van de ROR: Vertrek- en uitgangspunten

In het implementatieplan ‘EU-Richtlijn Overstromingsrisico’s (2007/60/EG)’ dat in juli 2008 door de Staatssecretaris is vastgesteld zijn de vereisten van de ROR vertaald in een aantal strategische doelen en producten. De interbestuurlijke projectgroep Implementatie Richtlijn Overstromingsrisico's (IMPRO) regisseerde in 2008 en 2009 de voorbereiding van de daadwerkelijke implementatie, de ontwikkeling van kaarten en plannen, waarbij de volgende keuzes zijn gemaakt:

    1. Nationale ambitie richtlijn Overstromingsrisico’s

Nederland ziet de ROR, met het principe van niet-afwentelen (solidariteit), als een belangrijk juridisch instrument om doelen en maatregelen ter beperking van overstromingsrisico’s met de stroomgebiedpartners en/of buurlanden af te stemmen. Nederland stelt zich op dit punt actief op in de IRC’s (internationale rivierencommissies).
Aandacht voor duurzaamheid betekent dat er bij de opstelling van ORBP-en rekening wordt gehouden met de gevolgen van klimaatverandering én met integratie met de KRW, andere EU richtlijnen en internationaal beleid. De processen voor de totstandkoming van ORBP-en (ROR) en die van stroomgebiedbeheerplannen (KRW) zijn vooralsnog gescheiden. Wel vindt procesmatige en inhoudelijke coördinatie en afstemming plaats. In een volgende planningscyclus kan mogelijk sprake zijn van integratie van beide plannen voor geïntegreerd stroomgebiedsbeheer.
In de vanwege de ROR op te stellen ORBP-en wordt gerapporteerd over het vigerende beleid (doelen en maatregelen) dat eerder in de nationale of regionale context is vastgesteld en waarvoor bestuurlijk en publiek draagvlak bestaat. Participatie en monitoring heeft dus al plaats gevonden, of vindt nog plaats, in de betreffende beleidscontext en niet op basis van de ROR. Bestaande bevoegdheden van bestuurslagen blijven onaangetast. Bestaande beleidsplannen op het gebied van preventie, bescherming en paraatheid4 vormen de input. Dit maakt dat het opstellen van de ORBP-en voornamelijk een inventariserend proces is.
Vooralsnog wordt er van uitgegaan dat de internationale afstemming geen aanpassingen vraagt in doelen en maatregelen gedurende de eerste cyclus. Afstemming in de IRC’s vindt plaats op verdragsbasis of op grond van internationale afspraken waarmee geborgd wordt dat internationale doelen maatregelen in vigerend Nederlands beleid zijn verwerkt. Wel is het mogelijk dat bij de uitwerking van de kaarten en ORBP-en afgeweken wordt van de gebruikelijke standaarden in Nederland.
Nieuw in de ORBP-en is de samenhang die ontstaat door de geïntegreerde rapportage. In de eerste cyclus vindt in de ORBP-en zelf geen afstemming of synergie plaats. Waar er (vanuit de doelstellingen van het NWP) sprake is van synergie tussen preventie, bescherming en paraatheid zal daar in de ORBP-en wel over gerapporteerd worden. Consequentie is dat er binnen, en ook tussen, de ORBP-en verschillen optreden als gevolg van de regionale verschillen in afstemming en synergie tussen preventie, bescherming en beheersing.
Naar verwachting heeft de ontwikkeling van ORBP-en een positieve invloed op de afstemming tussen preventie, bescherming en paraatheid en daarmee op de invulling van het concept meerlaagsveiligheid uit het NWP.


    1. Juridische implementatie

De transpositie van de ROR heeft plaatsgevonden binnen het planstelsel van de Waterwet en het Waterbesluit. Er is o.a. geregeld dat de ORBP-en, net als de stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water, onderdeel uitmaken van het NWP (NWP). De eerste ORBP-en worden gelijktijdig met de tweede cyclus van het NWP ter inzage gelegd (ontwerp gereed december 2014, vastgesteld december 2015). Verder bevat het Waterbesluit onder meer bepalingen over de voorbereiding van de plannen.
Bepaalde aspecten van de ROR kunnen via een aparte ministeriële regeling worden geregeld. In het Waterbesluit is daarvoor de grondslag opgenomen. Voor de ROR-kaarten is de ministeriële regeling Risicokaart onder meer aangepast op het punt van het ter beschikking stellen van informatie voor de productie van overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten op risicokaart.nl.
Bij de voorbereiding van de implementatie (2008-2009) was het uitgangspunt dat Nederland geen VRB uit zou voeren. Nederland zou gebruik maken van artikel 13, lid 1b ROR met de volgende argumenten:

  • de hoeveelheid werk en de kosten die gemoeid zijn met een VRB en de te verwachten geringe opbrengst aan nieuwe informatie in de Nederlandse situatie;

  • de tijdwinst t.b.v het kunnen overdenken en opstellen van de kaarten en plannen door het niet hoeven opleveren van een VRB per stroomgebied in 2011.

In 2010 worden, op basis van nieuwe inzichten, de voor- en nadelen van dit standpunt heroverwogen. Het is mogelijk dat alsnog wordt besloten een VRB uit te voeren.
Implementatie van de ROR tast de bestaande taken bevoegdheden van de waterautoriteiten niet aan. De wettelijke verdeling onder autoriteiten (competent authorities) moet eind mei 2010 aan de Commissie worden gerapporteerd. De rapportage is vergelijkbaar met de rapportage zoals die voor de KRW is uitgevoerd.


    1. Voorbereiding van de productie van Kaarten

Op basis van zowel de verplichtingen van de ROR als van consultatie van potentiële gebruikers heeft de werkgroep Impro Kaarten geadviseerd welke gegevens op de kaarten moeten komen. Dit heeft geresulteerd in een voorstel (zie onderstaande tabel) waarmee het NWO in mei 2009 heeft ingestemd. De geaccentueerde kaartthema’s zijn verplicht volgens de ROR.


Gevarenkaarten:

1. Overstroombaar Gebied




2. Maximale Waterdiepten




3. Stroomsnelheid (verplicht indien van toepassing)




4. Aankomsttijd eerste water




5. Duur van de overstroming




6. ‘Stijgperiode’ water




7. gelijktijdig bedreigde gebieden




8. Bronnen van overstromingen




Gevolgenkaarten:

1. Indicatief potentieel aantal getroffenen




2. Type economische bedrijvigheid van het potentieel getroffen gebied




3. IPPC- installaties conform Rl 2008/1/EG met milieuschade bij overstroming




4. Bij Rl 2008/60/EG aangewezen beschermde gebieden




5. Schadepotentieel (euro’s/ha.)




6. Bijzonder kwetsbare instellingen (vb scholen, ziekenhuizen etc)




7. Bijzonder kwetsbare cultuurhistorische objecten

Bij de ontwikkeling van de ROR-kaarten wordt gebruik gemaakt van gegevens die uit lopende projecten en activiteiten beschikbaar komen. Ook wordt aangesloten bij de bestaande verdeling van taken en bevoegdheden. De kaarten worden gemaakt voor zowel onbeschermde als beschermde (door genormeerde keringen) overstroombare gebieden.

In lijn met de ROR zullen de meeste gevarenkaarten worden gemaakt voor scenario’s met een terugkeertijd van de orde van grootte van 10, 100 en 1000 (of meer) jaar.

De kaarten worden gemaakt voor gebieden die kunnen worden overstroomd vanuit hoofd- en regionale wateren wanneer er sprake is van een potentieel significant overstromingsrisico.

Vaststelling van het exacte toepassingsbereik van de kaarten gebeurt in de loop van 2010. De aandacht richt zich daarbij op regionale wateren zonder genormeerde keringen. Van wateren voorzien van genormeerde keringen wordt algemeen verondersteld dat zij een potentieel significant overstromingsrisico opleveren voor de achter de kering liggende overstroombare gebieden.
Voor de productie, publicatie van en afstemming rond gevarenkaarten zijn de volgende uitgangspunten van belang:


  • Per kaart is in 2009 vastgesteld op welke manier en met welke gegevens (onder meer uit het VNK-2 project en uit het proces van normering van regionale keringen) deze gemaakt kan worden.

  • De waterbeheerders en provincies zijn primair verantwoordelijk voor het maken en/of leveren van de basisgegevens voor de gevarenkaarten;

  • Levering van de basisgegevens voor de gevarenkaarten gebeurt via de landelijk database Lizard Flooding die vanaf april 2010 operationeel is en door het GBO van het IPO wordt beheerd;

  • De verplichte kaarten zijn publiekelijk toegankelijk via risicokaart.nl; professionele gebruikers kunnen alle kaarten raadplegen en downloaden;

  • Internationale afstemming over kaarten vindt plaats binnen de Internationale Riviercommissies cf. de afspraken die in de Internationale Strategie zijn vastgelegd.

  • Voor het stroomgebied van de Rijn vormt de voorgenomen actualisering van de bestaande Rijnatlas een goed kader;

  • Voor de rapportage aan de EC op het niveau van de stroomgebieden (deel A) zullen alleen kaartgegevens voor overstromingen uit de hoofdstromen van de stroomgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems worden gebruikt.

Een gedetailleerde beschrijving van de geplande productie, publicatie en beheer van gevaren- en risicokaarten staat in de nota ‘Overstromingsrisico’s op de kaart” (eindrapport IMPRO Kaarten, januari 2010)




    1. Voorbereiding van de productie van plannen

De volgende aanbevelingen die de werkgroep Impro P in de voorbereidende fase heeft gedaan worden in het Plan van Aanpak overgenomen:


  • Nederland maakt voor de stroomgebieden Rijn, Maas, Eems en Schelde afzonderlijke ORBP-en. De grenzen van de stroomgebieden komen overeen met de grenzen die voor de uitvoering van de KRW zijn gemaakt5. Voor de kust wordt geen apart plan gemaakt;




  • De ORBP-en bestaan uit een internationaal deel (A) en een nationaal deel (B). De tekst voor de kust wordt op hoofdlijnen opgenomen in deel A en meer gedetailleerd in deel B van het ORBP; Voor het Rijnstroomgebied geldt dat een klein Duits gebied in het nationale gedeelte wordt opgenomen.



  1   2   3   4   5


Dovnload 414.53 Kb.