Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Morgendienst

Dovnload 30.97 Kb.

Morgendienst



Datum23.09.2018
Grootte30.97 Kb.

Dovnload 30.97 Kb.

Spreuken 18 : 22

MORGENDIENST
Kampen 1975 Middelburg 1933
Ps. 33 : 1 Ps. 33 : 1

Ps. 33 : 2 Ps. 33 : 2

Genesis 2 : 18_25 Genesis 2 : 18_25

Ps. 33 : 5 1 Korintiërs 7 : 1_9, 25_31

1 Korintiërs 7 : 1_9, 25_31 Ps. 33 : 5, 7 en 8

Ps. 33 : 7 Spreuken 18 : 22

Spreuken 18 : 22 Ps. 16 : 3 en 4

Ps. 16 : 3 en 4 Ps. 89 : 1, 5 en 7

Ps. 89 : 1, 5 en 7

MIDDAGDIENST
Kampen 1975 Middelburg 1933
Ps. 33 : 1 en 2 Ps. 33 : 1 en 2

Genesis 2 : 18_25 Ps. 5 : 9 en 10

Ps. 33 : 5 Genesis 2 : 18_25

1 Korintiërs 7 : 1_9, 25_31 1 Korintiërs 7 : 1_9, 25_31

Ps. 33 : 7 Ps. 33 : 5 en 7

Spreuken 18 : 22 Spreuken 18 : 22

Ps. 16 : 3 en 4 Ps. 16 : 3 en 4

Ps. 5 : 9 en 10 Ps. 89 : 1, 5 en 7

Ps. 89 : 1, 5 en 7

Gemeente van onze Here Jezus Christus.


"Wie een vrouw vond, heeft iets goeds gevonden”. Met die woorden kun je een man blij maken. Een getrouwde man. Of eventueel een jongen, een jongen die net verkering gekregen heeft of zich verloofd heeft. Maar wat moet een vrouw hiermee? Zij zou deze woorden aan haar man kunnen voorhouden. Als hij laat merken, dat hij haar niet zo hoog waardeert. Maar voor de rest lijken deze woorden aan haar zelf voorbij te gaan. Er staat niet: wie, als vrouw, een man gevonden heeft, die heeft iets goeds gevonden. Het gaat alleen maar over een man die een vrouw gevonden heeft. En _ volgende vraag _ wat moeten alleenstaande mannen en vrouwen met deze spreuk beginnen? "Wie een vrouw vond, heeft iets goeds gevonden en gunst van de HERE verworven”, is niet de enige reactie die zij daar op kunnen geven: `dat geldt dus niet voor mij; ik heb dat goede niet gevonden. Dat ik de gunst van de HERE verworven heb, dat wordt hier in elk geval van mij niet gezegd'.

Nu wil ik, brs en zrs, verderop in de preek nog op de alleenstaanden terugkomen. Nu eerst iets over wat het boek Spreuken tegen een vrouw, een getrouwde vrouw, te zeggen heeft. Misschien denkt u: `nou ja, er zal ergens anders in het boek Spreuken wel net zo'n spreuk staan, maar dan voor een vrouw. Iets in de trant van: als jíj (als vrouw) een man gevonden hebt, dan heb ook jij iets goeds gevonden en gunst van de HERE verworven'. Maar dan moet ik u teleurstellen. Net zo'n spreuk, maar dan tot de vrouw gericht, komt in heel het boek Spreuken niet voor.

Eigenlijk is dat helemaal niet zo vreemd. Het boek Spreuken richt zich namelijk in de eerste plaats tot jonge mannen. Jongens en jonge mannen die op hun levenstaak worden voorbereid. Zij worden in dit boek aangesproken. Zij moeten opgeleid en gevormd worden en ontvangen daarom het onderwijs van de wijsheidsleraars. Dat onderwijs van de wijsheidsleraars, bedoeld voor de jonge mannen van Israël, vinden wij in het boek Spreuken terug.

En de vrouwen dan? Moesten zij dat wijsheidsonderricht dan niet ontvangen? Werden zij gediscrimineerd? Nou, brs en zrs, laten we ons maar niet te snel laten opjagen door het feminisme. Laten wij maar gewoon zeggen: kennelijk was dat in Israël niet nodig, dat ook meisjes en vrouwen dat wijsheidsonderricht ontvingen. Kennelijk waren zíj van zichzelf al wijs genoeg...

Maar hoe dan ook, het is niet zo vreemd, dat hier speciaal de man aangesproken wordt. Zo zit het boek Spreuken nu eenmaal in elkaar. Maar dat betekent helemaal niet, dat iets dergelijks niet tegen een vrouw gezegd zou kunnen worden. "Wie een vrouw vond, heeft iets goeds gevonden en gunst van de HERE verworven”. Dat kun je tegen een man zeggen. Maar als je heel de bijbel leest, dan weet je, dat je met even veel recht tegen een vrouw kunt zeggen: `als jij een man gevonden hebt, dan heb jij iets goeds gevonden en gunst van de HERE verworven'.

Dat wil ik u allen vanm. vanuit het Woord van de HERE voorhouden. Het zal niet alleen over mannen, maar over mannen èn vrouwen gaan. Tegen allebei kan gezegd worden: `wie in het huwelijk een man of een vrouw gevonden heeft, die heeft iets goeds gevonden. Ontvang je huwelijk als een goede gave van de HERE, onze God'.

Dat is tegelijk de korte samenvatting van de preek:
Ontvang je huwelijk als een goede gave van de HERE.
1. Het is de kroon op het werk van je Schepper.

2. Het is een bewijs van de gunst van je Verlosser.
I

Je huwelijk, een goede gave van de HERE. Een prachtig geschenk. Kan dat wel van elk huwelijk gezegd worden? Dat lijkt nog maar de vraag. Kan elke getrouwde man dat volmondig beamen: `ik heb in mijn vrouw iets goeds ontvangen'? Kan elke getrouwde vrouw er altijd zo over denken: `mijn man is een prachtig geschenk van onze God'?

Nee, ik denk nu niet speciaal aan een man die zijn vrouw ontrouw is. Of aan een vrouw die haar hart en haar liefde aan een andere man geeft. Ik denk wel aan huwelijken, waarin van de man niets positiefs uitgaat. Hij geeft geen christelijke leiding in zijn gezin. Hij leeft alleen maar voor zijn werk en zijn hobbies. En zijn vrouw? Die heeft-ie alleen voor het sexuele genot. Als je zo'n man hebt, kun je dan nog wel zeggen: `in deze man heb ik iets goeds gevonden?'

Of omgekeerd: er zijn ook vrouwen aan wie een man meer ellende dan geluk beleeft. Vrouwen met een gat in hun hand. Vrouwen die nooit hun mond kunnen houden. Het boek Spreuken heeft het over goede, verstandige vrouwen. Maar het weet net zo goed, dat er vrouwen zijn waar een man zich voor schaamt:

"een degelijke vrouw is de kroon van haar man,

maar als bederf in zijn gebeente is zij, die beschaamd doet staan”

(Spreuken 12 : 4).

De spreukendichters laten er geen misverstand over bestaan, hoe ellendig een huwelijk is met een vrouw die altijd maar loopt te vitten:

"Beter te wonen op een hoek van het dak

dan met een twistzieke vrouw

in een gemeenschappelijk woning” (Spreuken 25 : 24).

En waarschijnlijk kent u ook deze spreuk wel:

"Als een gouden ring in een varkenssnuit

is een schone vrouw zonder verstand” (Spreuken 11 : 22).

De spreukendichters roemen niet zo maar elke willekeurige vrouw. Een verstandige vrouw, zegt Spreuken 19 : 14, dàt is een geschenk van de HERE.

Daarom is het begrijpelijk, dat vele uitleggers zeggen: `het gaat hier in Spreuken 18 : 22 niet zo maar om elke vrouw. "Wie een vrouw vond, heeft iets goeds gevonden”, dat kan helaas niet elke man van zijn vrouw zeggen. Nee, het gaat hier speciaal om een goede, een verstandige vrouw. Zo'n vrouw als de bekende degelijke huisvrouw uit Spreuken 31. Een vrouw op wie je altijd kunt vertrouwen. Die zorgzaam is, ijverig en actief. Wie zó'n vrouw gevonden heeft, díe heeft iets goeds gevonden. Dat is de bedoeling van deze spreuk'.

Toch staat dat er niet. Er staat niet: wie een verstandige of een flinke vrouw vond, díe heeft iets goeds gevonden. Terwijl dan de bedoeling zou zijn: ja, er zijn er ook die het minder getroffen hebben. Nee, de bedoeling is in elk geval niet, dat je eerst kritisch naar je man of je vrouw gaat zitten kijken. Voldoet hij of zij wel aan de eisen die je aan een goede echtgenoot mag stellen? Zo ja, dan heb ik in hem of haar iets goeds van de HERE ontvangen. Zo nee, dan geldt deze spreuk niet voor mij.

Maar wat wil de spreuk dan wel? Hij wil dat je achter je man of achter je vrouw de gebeurtenissen van Genesis 2 ziet staan. Hoe je man of je vrouw ook is. De HERE wil dat je je man of je vrouw ziet in het licht van wat wij daar gelezen hebben.

Wij lazen daar, in Genesis 2, dat de HERE God zegt: "het is niet goed, dat de mens alleen is”. Dat is een heel opvallend woord. Hier zegt de Schepper van zijn eigen werk, dat er iets niet goed aan is! Dezelfde Schepper van wie in Genesis 1 : 31 te lezen staat: "en God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed”! Hij zegt hier: `er is iets níet goed'.

De HERE God zegt dit niet alleen. Hij zorgt, dat Adam tot hetzelfde inzicht komt. Hij had Adam een taak gegeven. Namens God moest hij over heel de schepping regeren. Ook over de dieren. Nu laat de HERE die dieren aan Adam voorbijtrekken. Wij stellen het ons dat vaak zo voor, dat Adam dan ontdekt: `hé, die dieren zijn allemaal met z'n tweeën; het is steeds mannetje en wijfje; maar ik ben helemaal alleen'. Misschien is het zo wel gegaan. Maar dat staat er niet met zoveel woorden. Er staat dat Adam de dieren van namen voorziet. Namen die voortaan onafscheidelijk bij die dieren zullen horen. Daarmee wijst Adam die dieren hun bestemming toe. Door elk dier een naam te geven legt hij vast, welk plaats elk dier in de schepping zal innemen. Maar dan vindt hij geen één dier dat hem kan geven wat hij hier op aarde het meest nodig heeft: iemand die net zo is als hij; iemand met wie hij als zijn gelijkwaardige kan omgaan; iemand met wie zo samen de taak kan vervullen die God hem gegeven heeft.

Dat mist hij. Dat vindt hij onder al die prachtige dieren niet. En daarvan zegt God: `dat is niet goed; als hij zo alleen blijft, dan is mijn schepping, hoe volmaakt ook, toch nog niet goed'.

De alleenstaanden onder ons kunnen daarvan meepraten. Nee, niet alle vrijgezellen, weduwen en weduwnaren zijn ongelukkig. En zelfs niet alle gescheiden mensen. Maar toch, zij voelen er allemaal iets van: als je kijkt naar hoe je als mens geschapen bent, dan is alleen zijn uiteindelijk niet goed. En dat niet alleen omdat je de blijdschap moet missen, de blijdschap die getrouwde mensen mogen ontvangen in dat prachtige geschenk van de sexuele gemeenschap. Niet alleen vanwege de gloed die in je kan branden en die je altijd maar moet bedwingen. Maar ook omdat je niet vast iemand bij je hebt, met wie je kunt lachen en uithuilen. Iemand die je kan relativeren en helpen. Daarvan zei de HERE al bij de schepping: `dat is niet goed; zo heb ik mijn schepping niet bedoeld'.

Dat Adam alleen was, daarvan zei de HERE: `dat is niet goed'. Maar dan gaat de HERE zijn schepping afmaken. Hij bouwt uit Adams rib de eerste vrouw. En gelijk als Adam haar ziet, weet hij het: `dit is het nu! Dit is wat niets anders in de schepping voor mij kan zijn! Iemand die mij helpen kan. Maar niet iemand die een totaal ander wezen is dan ik. Nee, iemand die aan mij gelijkwaardig is; net zo goed mens als ik. Maar toch ook weer zo anders dan ik en daarom zo oneindig fascinerend: "dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees!”'

Pas als Adam dat gevonden heeft, pas dan is de HERE met zijn schepping daar waar Hij wezen wilde. Nu is het pas echt goed. Dit is de kroon op zijn werk: deze eenheid van die twee, man en vrouw, allebei mens, maar toch ook weer zo verschillend. En daarom zo goed in staat om elkaar aan te vullen en bij te staan.

Dat geschenk hebt u, getrouwde broeders en zusters, mogen vinden. U hebt een man, u hebt een vrouw gevonden. U hebt er iets voor moeten doen. U hebt er samen aan moeten werken. Maar u hebt het niet kunnen maken. U kon het niet nemen. U hebt het gevonden, als een geschenk van onze God.

En nu zegt de HERE in Spreuken 18 tegen ieder hier in de kerk die dat gevonden heeft: `vergeet het nooit; dat is goed; dat wordt maar niet pas goed, als je man of vrouw helemaal aan je verwachtingen voldoet; het is goed. Want toen pas was mijn schepping af; toen pas was het helemaal goed: toen man en vrouw elkaar gevonden hadden in het eerste huwelijk; dat was de kroon op mijn scheppingswerk'.

Je kunt in je huwelijk voor heel wat komen te staan: meevallers en tegenvallers; blijde dingen en teleurstellingen. Teleurstellingen ook in je verhouding tot elkaar. Dan kan het zo maar zover komen, dat je maar liever van je huwelijk af zou zijn. Of erger nog: dat je geen andere mogelijkheid meer ziet dan te kiezen tussen twee kwaden: kapot gaan in je huwelijk òf scheiden. En dat je dan maar kiest voor wat het minst kwaad lijkt. Dat je berust in de onontkoombaarheid van een scheiding. Dat kan allemaal gebeuren en het gebeurt ook werkelijk.

Maar hier, in Spreuken 18, 22, zegt de HERE tegen ieder die getrouwd is: `laat dìt vooropgaan. Laat dìt altijd het eerste in je huwelijk zijn. Dat je met al je kracht probeert hieraan vast te houden: wat ik in mijn man, in mijn vrouw, gekregen heb, dat is goed. Zo heeft de HERE onze Schepper het gewild; Hij heeft ons als een prachtig cadeau aan elkaar gegeven! Dit is de kroon op het werk van onze Schepper!'



II

Wij komen bij het tweede punt van de preek: ontvang je huwelijk als een goede gave van de HERE; het is een bewijs van de gunst van je Verlosser.

De gunst van de HERE verwerven. Dat deed een Israëliet als Hij de HERE een offer bracht. Geen gebrekkig offer, maar een goed offer, een offer dat echt zo was als de HERE het hebben wilde. Dan had, zo lezen wij in de offerwetten, de HERE een welgevallen aan je offer en aan jou. Dan wees Hij je niet af. Hij veroordeelde je niet. Maar Hij keek met plezier naar je offer en naar jou. Hij was blij met je. Je mocht delen in zijn liefde, zijn gunst.

Net zo iets staat er hier. Als je een vrouw (of _ als vrouw _ een man) hebt gekregen, dan kun je daaraan zien, dat je gunst van de HERE verworven hebt. Dat is een sterk woord. Dezelfde uitdrukking als hier komen wij namelijk ook tegen in Spreuken 8. In Spreuken 8 is de Wijsheid aan het woord. De Wijsheid van de HERE. Die presenteert daar zichzelf als de grootste schat die je in je leven kunt krijgen. Die Wijsheid zegt in Spreuken 8 : 31:

"wie mij vindt, heeft het leven gevonden,

hij heeft van de HERE welgevallen verkregen”.

Wie die Wijsheid van de HERE ontvangen heeft, die mag weten: de HERE kijkt vol gunst en liefde naar mij. Die uitspraak kunnen wij wel begrijpen. Zeker vanuit het Nieuwe Testament. Want vanuit het Nieuwe Testament weten wij, dat die Wijsheid, waardoor God je naar het leven leidt, alles te maken heeft met Jezus Christus. Onze Here Jezus Christus, Hij is in eigen persoon de Wijsheid die God aan ons gegeven heeft. Om ons daardoor te verlossen. Als je die Wijsheid mag ontvangen, dan deel je in de gunst van de HERE.

Maar precies dezelfde uitspraak staat hier. Het lijkt wel of het geschenk van een eigen vrouw of een eigen man net zoveel waard is als dat geschenk van de Wijsheid van God. In elk geval kun je aan allebei even duidelijk zien: ik mag delen in de gunst van de HERE, onze God!

Is dat niet erg sterk gezegd? Toch niet. Denkt u maar aan wat er na Genesis 2, de schepping van de vrouw, gebeurd is. De geschiedenis van de zondeval. Toen wij mensen in zonde vielen, toen ging dat niet buiten de eenheid van man en vrouw om. Nee, toen gebruikten wij dat prachtige geschenk van het huwelijk juist om ons van God af te keren. De vrouw misbruikte haar plaats in het hart van haar man om de man te verleiden. En de man liet zich door de vrouw niet helpen in de dienst van God. Hij liet zich door haar juist brengen tot ongehoorzaamheid aan zijn Here.

Zo maakten wij toen zelf het mooiste kapot dat de HERE ons gegeven had. Maar nu krijgen de meesten van ons dat geschenk toch weer. Terwijl wij het absoluut niet meer verdienen. De HERE geeft toch telkens weer een vrouw aan een man en een man aan een een vrouw. Dan kun je daaraan zien: Hij kijkt je niet meer aan op wat er toen gebeurd is. Hij veroordeelt je niet. Want Hij weet weg met onze ontrouw van toen. Hij gaf immers zijn Zoon, Jezus Christus. Om de straf voor die ontrouw en al onze andere zonden te dragen. Hij gaf Jezus Christus. Omdat Hij door Hem zijn schepping herstellen wilde!

Kijk zo naar je huwelijk, naar je man, je vrouw. Zie daar de HERE achter. De God die zijn volk niet verstoten heeft. Maar het trouw gebleven is. En daarom de Vader van Jezus Christus geworden is. Uit zijn handen ontvang je die kroon op zijn scheppingswerk weer terug. Dan mag, dan moet je het ook tegen jezelf zeggen: `ik weet het zeker; ik heb zijn gunst weer verkregen; ik kan het zien aan dat scheppingsherstel, dat ik in mijn man, mijn vrouw, mag ontvangen. Mijn huwelijk, het is een prachtig cadeau. Maar het allermooiste is, dat ik daaraan kan zien, dat ik iets nog veel mooiers gekregen heb: de gunst van de HERE; het welgevallen van de Vader van Jezus Christus!'.

Maar wat dan, als dat huwelijk wegvalt? Of als je nooit een man of een vrouw van de HERE krijgt? Als je steeds maar weer die vraag stelt: `HERE, waarom krijg ik dat niet? Waarom hebt u dat van mij afgenomen? HERE, waarom?' Moet je dan ook nog dit te horen krijgen, dat jij dat moet missen: het bewijs van de gunst van de HERE? Is er dan bij God voor jou niet die gunst, niet die liefde?

Dat zou zo zijn, brs en zrs, als het huwelijk zelf het allermooiste was. Maar wij zeiden net: het mooiste van het huwelijk is, dat je daaraan kunt zien, dat je iets nog veel mooiers gekregen hebt: de gunst van de HERE. Om dat allermooiste, dáár gaat het om. Het gaat niet om het huwelijk op zichzelf, hoe prachtig het ook is. Uiteindelijk is het huwelijk alleen maar mooi, omdat je er doorheen kunt kijken, naar de gunst van God. Dáár leef je van. Niet van je huwelijk. Je man, je vrouw, zij kunnen je in je leven prachtig helpen. Maar uiteindelijk kun je je leven nooit op je huwelijk bouwen. Alsof alles dáár van af zou hangen. Alsof je leven alleen dàn glans zou kunnen hebben: alleen als je gelukkig getrouwd bent. Je huwelijk, het geeft glans aan je leven. Maar alleen dan, als er eerst dat andere is: de gunst en liefde van onze God.
Daarom kan er ergens anders in de bijbel ook heel relativerend over het huwelijk worden gesproken. De apostel Paulus doet dat, in I Korinte 7, het tweede schriftgedeelte dat wij vanm. samen gelezen hebben. Hij schrijft daar: "ik acht dus om de bestaande nood dit goed, dat het voor een mens goed is, zo te zijn”. En met `zo te zijn' bedoelt hij dan: ongehuwd zijn. Nota bene, ongehuwd zijn, dat noemt Paulus goed. Het lijkt wel of hij lijnrecht in gaat tegen wat de HERE God bij de schepping zei: "het is niet goed, dat de mens alleen is”.

Nu heeft Paulus daarbij speciaal gedacht aan de moeilijke tijden en de vervolging die de kerk vaak moet doormaken, in afwachting van de terugkomst van onze Here Jezus Christus. Paulus zegt immers zelf, dat hij zo spreekt vanwege `de bestaande nood'. En hij heeft het over `verdrukking voor het vlees' en de korte tijd die ons nog rest voordat er een einde aan deze wereld komt. In deze tijd voor de wederkomst, een tijd die er zo vaak één van verdrukking en vervolging is, kan het een extra verzwaring voor je betekenen, als je ook nog in moet zitten over je man of vrouw. Maar hoe het ook zij, Paulus had dit nooit zo kunnen zeggen, als het huwelijk het hoogste doel in ons leven zou zijn. Maar hij kàn zulke krasse taal gebruiken; hij kàn het zeggen: het is voor een mens goed zo te zijn, alleen te zijn; hij kàn dat zeggen, omdat uiteindelijk zelfs je huwelijk je leven niet hoeft te maken. Als u een man of een vrouw van de HERE ontvangen hebt, zeg het dan: `hieraan kan ik zien, dat ik weer deel in de gunst van de HERE'. Maar zeg er dan tegelijk bij: `en dáár gaat het om, die gunst van de HERE, onze God; dat is het allermooiste, het enige dat echt altijd de doorslag geeft'.

En die gunst, die blijft. Ook als het zichtbare bewijs van het huwelijk wegvalt. En zelfs als de HERE in zijn ondoorgrondelijke wijsheid dat bewijs nooit aan je wil geven. Dan heb je het soms makkelijker, in de moeilijke tijd voor de wederkomst. Maar je zult ook voelen, dat dat andere waar is, dat woord dat de HERE bij de schepping sprak: alleen zijn, dat is niet goed. Er is herstel van de schepping. God dank, door Jezus Christus. Maar er blijft ook pijn. En gebrokenheid. Gebrokenheid die in dit leven niet hersteld wordt. Dat zul je voelen. Maar er straalt een licht overheen. Het licht van Pasen. Het licht van de overwinning van Jezus Christus. Jezus Christus, die zelf het voor eeuwig onweerlegbare bewijs is. Voor ieder die in Hem gelooft. Het bewijs van Gods liefde en gunst.

Brs en zrs, de gemeenteleden in Korinte aan wie Paulus schreef, stonden nog voor de keus: zullen wij onze dochter uithuwelijken of niet?; zullen wij trouwen of niet? Bij u die getrouwd bent, ligt die keus achter u. Dat kan betekenen, dat u het extra moeilijk krijgt, als het er op of er onder gaat met de kerk. Maar blijf het tegen elkaar zeggen: `zo is het goed; zo hebben het uit de hand van de HERE gekregen'. Blijf ervoor vechten om daar altijd blij mee te zijn. Blijf ervoor vechten om daar elke dag voor te danken. Maar doe dat vooral, omdat u aan uw huwelijk mag zien: HERE, trouwe God, U bent werkelijk ons enig goed. U bent ons heil, ons erfdeel, onze beker.


Amen.






  • MIDDAGDIENST Kampen 1975 Middelburg 1933
  • Ontvang je huwelijk als een goede gave van de HERE. 1. Het is de kroon op het werk van je Schepper. 2. Het is een bewijs van de gunst van je Verlosser. I

  • Dovnload 30.97 Kb.