Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Framing Islam Een onderzoek naar de beeldvorming over moslims in de media en onder de Nederlandse bevolking

Dovnload 0.77 Mb.

Framing Islam Een onderzoek naar de beeldvorming over moslims in de media en onder de Nederlandse bevolking



Pagina2/14
Datum20.10.2017
Grootte0.77 Mb.

Dovnload 0.77 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

Inhoud

  1. Mediamechanismen 1





    1. Mediaberichtgeving: objectieve weergave van de werkelijkheid? 1

    2. Nieuwswaarden en selectiemechanismen 2

      1. Nieuwswaarden

      2. Informatiebronnen

      3. Simplificering

    3. Theoretische inzichten vanuit de communicatiewetenschap 5

      1. Agenda-setting

      2. Gate-keeping

      3. Framing

1.4 Conclusie 6


  1. Islam in de media 8

2.1 Tijdsoverzicht 8

2.2 Overzicht van de meest voorkomende onderwerpen 10

2.3 Wie krijgt het woord? 13



      1. Man / Vrouw verhouding

      2. Afkomst

      3. Maatschappelijke functie

2.4 Conclusie 17


  1. Beeldvorming over de islam. Een onderzoek naar de publieke opinie 18

3.1 Associaties met de islam 19



      1. Godsdienst

      2. Fanatieke belijders en een streng en gesloten geloof

      3. Geweld en Terrorisme

      4. Onderdrukte vrouwen

      5. Hoofddoek en andere uiterlijke kenmerken

      6. Etnische afkomst en Integratie

      7. Overlast / Anders zijn

      8. Media

      9. Positieve aspecten

      10. Tegenstellingen

      11. Trefwoorden

3.2 Opvattingen over de islam 27

3.2.1 Integratie

3.3 De invloed van de media op de beeldvorming over de islam 29

3.4 Kritiek op de enquête 31

3.5 Conclusie 31


  1. De berichtgeving over islamitische scholen 34



4.1 Een overzicht van de berichtgeving over islamitisch onderwijs 35

4.2 Haat prediken tegen de ongelovigen 35

4.3 Banden met fundamentalistische organisaties 37

4.4 De Schrijvende pers 38

4.5 Het BVD rapport 40

4.6 Het Onderwijsinspectie rapport 44

4.7 De ontvangst van het Inspectierapport 46

4.8 Het tweede Inspectierapport 47

4.9 De motie van Ayaan Hirsi Ali 49

4.10 Opinie 51


4.11 Een kanteling in het NOVA-frame 53

4.12 Conclusie 55


Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of FormTop of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form

Top of Form





  1. Literatuurstudie 58

5.1 Islam in de media 58



      1. Islam als bedreiging en fundamenteel anders dan de Westerse beschaving

      2. Fundamentalisme

      3. Een monolithisch en homogeen beeld van de islam

      4. Religie of politieke stroming?

      5. Religie of etniciteit?

      6. Focus op internationale verslaggeving

      7. Experts

      8. Focus op slecht nieuws en het construeren van de werkelijkheid

      9. Reproductie van discoursen en het bieden van context

      10. Framing

      11. Islam in de media

5.2 Beeldvorming over moslims 67

5.3 De impact van mediaberichtgeving 69



      1. Almacht van de media

      2. De ontvanger

      3. Sturende kracht van de media

5.4 Conclusie 71



  1. Samenvatting en Conclusies 74


Inleiding 74

6.1 Media mechanismen 74

6.2 Islam in de Media 75



      1. Hypes

      2. Veel voorkomende onderwerpen

      3. Wie krijgt het woord?

6.3 Beeldvorming over de islam. Een onderzoek naar de publieke opinie 76

      1. Associaties met de islam

      2. Opvattingen over de islam

      3. Integratie

      4. De invloed van de media op de beeldvorming over de islam

      5. Kritiek op de enquête

6.4 De berichtgeving over islamitische scholen 79

      1. NOVA

      2. De Pers

      3. Het BVD-rapport

      4. De Inspectierapporten

      5. De motie van Hirsi Ali

      6. De hardnekkigheid van frames

6.5 Conclusie 82



  1. Epiloog: De Nieuwe Nederlandse Samenleving 86


Met dank aan 92




Literatuur 94

Bijlagen 99


Inleiding


Op 11 september 2001 rammen twee vliegtuigen in op de Twin Towers in New York, een ander stort neer op het Pentagon in Washington. Naar aanleiding van deze gebeurtenis gaat in Ede een groepje jongeren feestvierend over straat, althans zo vernemen wij uit verschillende media. Het NRC Handelsblad kopt op 13 september: Bin Laden heeft ook aanhang in Ede. Maar wie weet er precies wat er in Ede gebeurd is? Wie waren die jongeren? Wie zijn de getuigen? Niemand weet precies waar het bericht vandaan komt, of is in staat het te bevestigen. De enige bron blijkt een plaatselijke politiewoordvoerder. Op 28 september rectificeert het NRC Handelsblad met de kop In Ede was het geen feest om de aanslagen op VS, maar wie wordt met deze boodschap nog bereikt? Zo hard als het bericht over de feestvierende jongeren aankwam, zo moeilijk dringt het bericht door dat het wel mee viel met het feest in Ede.


Door middel van hun berichtgeving definiëren de media de werkelijkheid. Als de waarheid afwijkt van hun definitie krijgt deze weinig gehoor omdat de betekenis van de gebeurtenis reeds gegeven is.

De islam is in het nieuws een veelbesproken onderwerp. Veel moslims verwijten de media dat zij met de negatieve berichtgeving de beeldvorming over de islam verslechteren. Volgens het onderzoeksbureau Foquz etnomarketing (2002) vindt 55 % van de moslims dat de media onzorgvuldig omgaan met de berichtgeving over de islam.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er het nodige schort aan de verslaggeving over minderheden in het algemeen en moslims in het bijzonder (Abdus Sattar (1995), Brants, Crone en Leurdijk (1998), Van Dijk (1988), d’Haenens (2001), Hafez (1999), Hussein (2000), Nijhoff en Trompetter (1994), Poole (2002), Said (1981), Shadid (1995)). Enkele van deze onderzoeken tonen aan dat moslims vooral in het nieuws komen in relatie tot problemen. Er is volgens de onderzoekers een gebrekkige kennis over de islam. Zo is er in het algemeen weinig oog voor de verschillen binnen de islam. De islam wordt voorgesteld als monolithisch en fundamenteel anders dan de ‘Westerse wereld’ en zou een bedreiging vormen voor de westerse normen en waarden. De berichtgeving over de islam vindt veelal plaats vanuit het autochtone blanke gezichtspunt en de verslaggeving is vaak stereotiep en stigmatiserend.
Dat de islam geportretteerd wordt als fundamenteel anders en dat de beelden over moslims stereotypen zijn, is niet alleen van deze tijd. Al in de beginperiode van de islam heersten er in de westerse wereld vooroordelen over moslims en hun godsdienst. In het christelijk Europa van de Middeleeuwen gingen verhalen rond over de verschrikkelijke Mohammed die een voorloper was van de antichrist en een boodschapper van satan. De islam was, als godsdienst van het zwaard, een agressieve en liefdeloze religie.

In latere contacten met de islam speelden de oprukkende Turken die een bedreiging vormden voor West-Europa een belangrijke rol en ook via de kolonisatie kwamen Westerlingen in aanraking met de islamitische wereld. Je kunt stellen dat ook bij deze contacten geen sprake was van een vreedzame uitwisseling. Volgens Shadid en Van Kooningsveld (1994) werd tijdens de koloniale periode het oude vijandbeeld ingezet ter legitimering van de overheersing van vrijwel de gehele islamitische wereld.

In de jaren 60 van de twintigste eeuw kwamen er door de arbeidsmigratie moslims (voornamelijk Turken en Marokkanen) naar Nederland. In eerste instantie speelde hun religieuze achtergrond geen rol en waren zij in de eerste plaats gastarbeider.

Door verschillende gebeurtenissen kregen de Nederlandse nieuwsmedia vanaf de jaren 80 aandacht voor de islam. Eind jaren zeventig was er de Iraanse revolutie, in 1989 de vogelvrij verklaring van Salman Rushdie en in 1991 de eerste Golfoorlog. Bovendien leek, met het wegvallen van het communisme, de islam een nieuwe internationale vijand.

In de jaren die daarop volgden hebben onder andere het dictatorschap van Sadam Hoessein, het Midden-Oosten conflict, het Talibaanbewind in Afghanistan, verschillende terroristische aanslagen, zoals de aanslag van Al Qai’da in de Verenigde Staten op 11 september 2001, in grote mate het internationale nieuws over de islam bepaald. Ook in de binnenlandse verslaggeving was er in toenemende mate aandacht voor verwikkelingen rondom de islam. (Met thema’s zoals radicale imams, moskeeën als broedplaatsen van terrorisme, vrouwenonderdrukking, discriminatie van homoseksuelen, de islam als achterlijke cultuur, radicalisme op islamitische scholen, rekrutering van moslimjongeren voor de jihad).

Nieuws over de islam lijkt vrijwel altijd slecht nieuws. Dit is op zich niet verwonderlijk omdat de nadruk op misstanden de media eigen is. De vraag is of er een buitenproportionele aandacht is voor negatieve gebeurtenissen rondom de islam. Uit een enquête van Foquz etnomarketing (2002) blijkt dat 53 % van de moslims in Nederland denkt dat de media bewust een negatief beeld scheppen van de islam.


In deze studie wil ik zicht krijgen op de wijze waarop de Nederlandse media verslag doen van de islam. “De media” is een breed begrip omdat je daar ook literatuur, internet, film etc. onder kunt rekenen. Dit onderzoek richt zich op nieuwsmedia, en dan met name op televisie (actualiteiten programma’s) en de schrijvende pers (landelijke dagbladen).

Een veelgehoord verwijt (van moslims en niet-moslims) aan het adres van de media is dat zij bijdragen aan een negatieve beeldvorming over de islam. In hoeverre dit het geval is, is moeilijk wetenschappelijk aan te tonen. Toch wil ik in deze studie een poging doen te achterhalen wat de invloed is van mediaberichten op de publieke opinie. De probleemstelling voor dit onderzoek luidt derhalve:

Hoe berichten de Nederlandse nieuwsmedia over de islam

en wat is de invloed van mediaberichtgeving op de beeldvorming van de Nederlandse bevolking over moslims?


Uit deze probleemstelling kunnen verschillende deelvragen worden afgeleid:


  1. Welke mechanismen spelen een belangrijke rol wanneer de media verslag doen van een gebeurtenis?

  2. Over welke onderwerpen wordt bericht en wie komen er aan het woord?

  3. Welke beelden leven er onder de Nederlandse bevolking over de islam?

  4. Op welke wijze definiëren en interpreteren de nieuwsmedia een islamgerelateerde gebeurtenis? Is er sprake van framing?

  5. Wat zijn de effecten van mediaberichtgeving? In hoeverre zijn de media verantwoordelijk voor de negatieve beeldvorming over de islam?

De deelvragen zullen per hoofdstuk behandeld worden.

Hoofdstuk één is een inleidend hoofdstuk dat aan de hand van literatuurstudie zal ingaan op theorieën uit de communicatiewetenschap over de mechanismen in de massamedia. Dit hoofdstuk behandelt de vraag in hoeverre een journalist kan functioneren als objectieve intermediair tussen de wereld en het publiek. Welke rol speelt het persoonlijk referentiekader van de journalist? Ook zal hoofdstuk één ingaan op de selectiemechanismen en op de theorieën van framing, gate-keeping en agenda-setting.

In hoofdstuk twee wordt verslag gedaan van eigen onderzoek naar de berichtgeving van het actualiteitenprogramma NOVA en het dagblad de Volkskrant. In deze studie wordt onderzocht in welke periode er veel over de islam werd bericht. Ook wordt onderzocht welke islamgerelateerde onderwerpen prominent zijn en welke personen er over deze onderwerpen aan het woord komen.

Hoofdstuk drie is een onderzoek naar de publieke opinie. Via een enquête zal worden achterhaald welke beelden er onder de Nederlandse bevolking leven over de islam.

Om wat dieper in te gaan op de wijze waarop de nieuwsmedia omgaan met islamverslaggeving zal hoofdstuk vier gewijd zijn aan een casestudie. Als case is gekozen voor de berichtgeving over islamitische scholen. Deze analyse zal zicht geven op de dominante interpretatiekaders en op het framingsproces.

In hoofdstuk vijf wordt antwoord gezocht op de onderzoeksvraag aan de hand van literatuurstudie.

Ook wordt ingegaan op theorieën over de impact van mediaberichtgeving en de vraag in hoeverre de media verantwoordelijk zijn voor de negatieve beeldvorming over de islam.

Hoofdstuk zes is een samenvattend hoofdstuk. Op grond van eigen studie en literatuuronderzoek wordt in dit hoofdstuk een conclusie gegeven.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

  • Islam in de media
  • De berichtgeving over islamitische scholen 34 4.1 Een overzicht van de berichtgeving over islamitisch onderwijs 35
  • 4.4 De Schrijvende pers 38
  • 4.8 Het tweede Inspectierapport 47 4.9 De motie van Ayaan Hirsi Ali 49
  • Met dank aan 92 Literatuur 94 Bijlagen 99 Inleiding

  • Dovnload 0.77 Mb.