Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Framing Islam Een onderzoek naar de beeldvorming over moslims in de media en onder de Nederlandse bevolking

Dovnload 0.77 Mb.

Framing Islam Een onderzoek naar de beeldvorming over moslims in de media en onder de Nederlandse bevolking



Pagina10/14
Datum20.10.2017
Grootte0.77 Mb.

Dovnload 0.77 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

4.6 Het Onderwijsinspectie rapport


In het debat rondom het BVD-rapport rees de vraag naar een onderzoek van de Onderwijsinspectie naar islamitische scholen. Vanuit de politieke hoek was er vraag naar meer duidelijkheid en men wilde meer zicht krijgen op de situatie op de islamitische scholen. Dit was aanleiding voor een onderzoek van de Onderwijsinspectie.

Op 25 oktober 2002, presenteert de Onderwijsinspectie haar onderzoek: ‘Islamitische scholen en de sociale cohesie’. Die dag kopte Trouw op de voorpagina: “Inspectie kritisch over 'vage' godsdienstlessen op islamschool.” En de Volkskrant kopt een dag later: “Godsdienstles op moslimscholen voor inspectie troebel.” Beide kranten melden dat de Onderwijsinspectie over het algemeen positief is over het islamitisch onderwijs en dat islamitisch onderwijs integratie zeker niet in de weg staat. Toch worden voornamelijk de negatieve aspecten van het rapport uitgelicht. Een indruk op grond van de artikelen van Trouw en de Volkskrant:

“Het godsdienstonderwijs is een probleemgebied. De Onderwijsinspectie krijgt nauwelijks inzicht op de godsdienstlessen. Drie scholen doen te weinig om integratie te bevorderen. Op de As-Siddieqschool krijgen jongens en meisjes gescheiden les en dreigen leerlingen geïsoleerd te raken. De school Al Ummah loopt diverse risico’s. Een school in Leiden moet meer gewone (lees: Nederlandse, PvH) leerkrachten aantrekken. Een directeur heeft als imam antiwesterse en antisemitische teksten verspreid. De bestuurscultuur is voor verbetering vatbaar.”

Beide artikelen haken in op de eerdere bevindingen van de BVD (waarvan de naam inmiddels veranderd is in AIVD).


In veel gevallen slagen de kranten er niet in om een goede weergave te geven van het rapport van de Onderwijsinspectie. Veelal worden incidentele gevallen uitgelicht. De situatie van een specifieke school krijgt dan meer aandacht dan de algemene bevindingen van de Onderwijsinspectie. Dit gaat ten koste van een evenwichtig beeld. Als er veel aandacht is voor een incidenteel geval in plaats van de algemene stand van zaken zal de lezer het beeld krijgen dat er met islamitische scholen iets niet in orde is.

NOVA grijpt de uitkomsten van het inspectierapport aan om de kijker te herinneren aan de bevindingen van NOVA en de BVD begin 2002. In de uitzending van 25 oktober 2002 zegt de presentator: “Een deel van de islamitische scholen in Nederland heeft banden met fundamentalistische organisaties, zo bleek uit een NOVA reportage begin dit jaar. Op een aantal islamitische scholen zijn radicale moslims actief; als bestuurslid of als godsdienstleraar. Dat constateerde de BVD even later”. De Onderwijsinspectie moest volgens de presentator onderzoeken welke scholen integratie in de weg staan, maar het rapport roept volgens hem vooral vragen op. In de reportage zegt de voice-over dat het onderzoek is gedaan naar aanleiding van de commotie die is ontstaan door een uitzending van NOVA en het rapport van de BVD. Het filmpje laat een stapel krantenartikelen zien die de ‘commotie’ bevestigen. Vervolgens wordt er teruggeblikt op de bevindingen uit februari: “NOVA onthult dat de besturen van tien islamitische basisscholen nauwe banden hebben met fundamentalistische stichtingen”. Er wordt verteld dat zes scholen zijn opgericht door Stichting Al Waqf die vijandig staat tegenover liberale moslims, joden en christenen. Het leerboek van de stichting komt weer in beeld en Stichting El Tawheed wordt genoemd. Over deze stichting wordt vermeld dat deze vijandig staat tegenover niet-moslims en op minstens twee scholen invloed heeft. In het filmpje wordt het BVD-rapport geciteerd dat concludeert: “...dat op 20% van de scholen personen betrokken zijn die banden hebben met radicaal-islamitische organisaties”. Over het inspectierapport zegt NOVA dat bij veertien scholen twijfel is over de godsdienstles. Over een aantal scholen is de Onderwijsinspectie negatief, omdat ze kinderen afzijdig houden van de Nederlandse samenleving. Een aantal scholen heeft banden met verdachte fundamentalistische stichtingen en op vijftien scholen heeft het bestuur een te grote invloed. Het commentaar van de voice-over: “Opmerkelijk genoeg schrijft de onderwijsinspectie: Deze problemen echter staan de algemene positieve conclusie niet in de weg.” NOVA stelt dat de positieve conclusie van de Onderwijsinspectie niet juist is en laat twee onderwijsdeskundigen aan het woord die kritiek uiten op het onderzoek. De één vindt dat er meer mensen gehoord hadden moeten worden die minder belang hebben bij het onderzoek. De ander vindt dat het rapport geen antwoord geeft op de vraag of er antiwesterse tendensen zijn in het onderwijs. Na het filmpje volgt een studiogesprek met mevrouw Kervezee, hoofd van de Onderwijsinspectie.
Wat opvalt aan deze uitzending is dat NOVA de banden met fundamentalistische organisaties en de betrokkenheid van radicale personen bij het onderwijs blijft benadrukken. Uit het rapport van de inspectie worden alleen de negatieve punten uitgelicht. Vervolgens wordt de positieve conclusie van de Onderwijsinspectie onderuitgehaald. NOVA stelt zelfs dat de positieve conclusie van de Onderwijsinspectie onjuist is. Zij blijven vasthouden aan de, deels door henzelf, naar voren gebrachte beelden over het islamitisch onderwijs. Deze uitzending laat duidelijk zien hoe de frames van ‘banden met fundamentalistische organisaties’ en ‘radicale werknemers’ in stand worden gehouden.

In de uitzending van 29 oktober (die eigenlijk gaat over de discussie: wel of geen inspectie bij de godsdienstlessen) wordt de reportage van 25 oktober nog eens vertoond en komen alle beschuldigingen over banden met fundamentalistische organisaties en radicale werknemers nogmaals langs.



4.7 De ontvangst van het Inspectierapport


Het rapport van de Onderwijsinspectie krijgt weinig steun in de politiek. Er is ontevredenheid over het feit dat de godsdienstlessen niet geïnspecteerd zijn. Dit is in principe ook niet de taak van de Inspectie. In artikel 23 van de Grondwet staat de vrijheid van onderwijs vastgelegd wat betekent dat de overheid geen zeggenschap heeft over wat er in godsdienstlessen wordt onderwezen. Minister Van der Hoeven van Onderwijs, het CDA en de kleine christelijke partijen zijn in eerste instantie tegen de inspectie op het godsdienstonderwijs, omdat zij het in strijd vinden met de vrijheid van onderwijs. Toch klinkt vanuit de politiek in toenemende mate de vraag om een nieuw inspectieonderzoek, waarin de godsdienstlessen wel worden onderzocht. Verschillende kranten berichten hierover:
De Tweede Kamer wil dat er opnieuw onderzoek wordt gedaan naar islamitische scholen. Dat bleek tijdens een hoorzitting over een rapport van de onderwijsinspectie naar de bijdrage van het islamitisch onderwijs aan integratie (Trouw 29-11-2002).
De onderwijsinspectie moet toegang krijgen tot de godsdienstlessen op scholen om te onderzoeken of daar wordt aangezet tot haat tegen andere culturen. Dat wil een grote meerderheid van de Tweede Kamer.
Minister Van der Hoeven van Onderwijs vindt dit echter een te forse ingreep in de grondwettelijke vrijheid van onderwijs (de Volkskrant 15-11-02).

De Onderwijsinspectie moet voortaan volledig toegang krijgen tot godsdienstlessen in het bijzonder onderwijs, om daarop toezicht te houden. De Tweede Kamer heeft demissionair minister Van der Hoeven (Onderwijs) hier gisteren in een motie om gevraagd.


Nu heeft de inspectie die bevoegdheid nog niet. Volgens de fracties van D66, VVD, PvdA, VVD, LPF, GroenLinks en SP moeten bijzondere scholen onder meer worden gecontroleerd op mogelijk aanzetten tot fundamentalisme of segregatie. De Kamer is kritisch over een recent rapport van de Onderwijsinspectie over het islamitisch onderwijs in Nederland (NRC Handelsblad 15-11-02).
Opvallend is dat het idee blijft bestaan dat op islamitische scholen aangezet wordt tot haat, fundamentalisme of segregatie. Wie de feiten en de berichtgeving nauwkeurig gevolgd heeft, zal opmerken dat er niets is waaruit daadwerkelijk blijkt dat er in de lessen aangezet wordt tot haat.

In de uitzending van 21 december 2001 creëerde NOVA het frame dat in de lessen op islamitische scholen aangezet wordt tot haat tegen ongelovigen door citaten uit een boekje over afschuw van ongelovigen en het voeren van oorlog, in verband te brengen met het islamitisch onderwijs. Het BVD-rapport geeft geen harde bewijzen dat dit het geval is en ook uit het Inspectierapport blijkt dit in elk geval niet. Toch blijft dit beeld circuleren, onder andere in de politiek.


De berichtgeving in december 2002 gaat over de wenselijkheid van bijzonder onderwijs en de grens van de vrijheid van onderwijs. Uiteindelijk gaan het CDA en minister Van der Hoeven om en stemmen in met controle op de godsdienstlessen.
In het Algemeen Dagblad van 3 december 2002 zegt de VVD dat islamitische scholen de integratie belemmeren. VVD-leider Zalm pleit in dit artikel voor het bemoeilijken van het stichten van nieuwe islamitische scholen door het minimum aantal leerlingen omhoog te brengen en de geschiktheid van schoolbesturen beter in de gaten te houden. Trouw bericht op 3 december 2002: “Zalm benadrukte dat het van groot belang is dat de islamitische jongeren zich achter de Nederlandse grondwet scharen en daar op school tijdens de godsdienstles geen afstand van nemen, bijvoorbeeld over de gelijkwaardigheid van man en vrouw.”

4.8 Het tweede Inspectierapport


De Onderwijsinspectie gaat opnieuw aan de slag. Een jaar later, in oktober 2003, berichten de kranten over het tweede rapport van de Inspectie. In dit rapport heeft de Onderwijsinspectie gekeken in hoeverre de scholen voldaan hebben aan de verbeterpunten van het vorige rapport. De Onderwijsinspectie heeft met verschillende bronnen gesproken en heeft ook de godsdienstlessen gecontroleerd.
Het eerste inspectieonderzoek naar het islamitisch onderwijs, in 2002, was volgens de Kamer en experts niet gedegen genoeg. Dat hebben de scholen geweten: de inspectie paste 'recherchemethoden' toe voor het tweede onderzoek, dat gisteren werd gepresenteerd (Trouw 9-10-2003).
Het onderwijs op islamitische scholen is niet in strijd met de basiswaarden van de democratische rechtstaat. De scholen zetten niet aan tot haat en streven naar integratie van hun leerlingen.

Dit concludeert de Inspectie van Onderwijs, die twintig islamitische scholen heeft onderzocht. Vier van de scholen scoren minder goed, waaronder de As Siddieqschool in Amsterdam-West (Parool 8-10-2003).


Op het islamitisch onderwijs in Nederland is weinig aan te merken. Op geen enkele islamitische school komt het onderwijs in strijd met democratische beginselen.
Bovendien doen de meeste scholen hun best een bijdrage te leveren aan de integratie, concludeert de Onderwijsinspectie. Er is geen reden voor 'onrust' of 'ernstige ontevredenheid' (AD 8-10-2003). (Het betreft hier een klein berichtje op de binnenland pagina, PvH.)
De belangrijkste conclusie van het rapport is dat er geen bevindingen zijn gedaan die tot onrust zouden moeten leiden of tot ernstige ontevredenheid.
Het onderwijs aan de islamitische basisscholen is niet in strijd met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, concludeert de Inspectie. (…)Van de twintig onderzochte scholen zijn er slechts twee die op twee punten een onvoldoende scoren en op twee andere punten de kanttekening 'weinig initiatiefrijk'. (…) VVD-Kamerlid E. Balemans heeft nog ‘’een groot zorgpunt". "Het blijkt dat er bij het godsdienstonderwijs vaak geestelijken voor de klas staan die geen lerarenopleiding hebben gevolgd. Zijn die mensen wel bevoegd, en in hoeverre verspreiden ze radicale ideeën? (…) SP-woordvoerder J. van Dijk wijst op bevindingen van het tv-programma Nova gisteravond, dat meldde dat er nog steeds banden bestaan tussen scholen en Arabische organisaties. Van Dijk: "Als dat klopt, moet de minister zich verantwoorden voor de discrepantie tussen de conclusies van Nova en die van de Inspectie." (NRC Handelsblad 8-10-2003).
Op 7 oktober zond NOVA inderdaad een uitzending uit over fundamentalistische scholen. In de inleiding vertelt de presentator dat uit onderzoek van NOVA vorig jaar bleek dat tien moslimscholen banden hebben met fundamentalistische stichtingen. De Inspectie heeft, zo vertelt de presentator, niets kunnen vinden dat tot onrust zou moeten leiden. NOVA bekijkt opnieuw de banden tussen schoolbesturen en in opspraak geraakte moskeeën. Citaat: “Van de 37 islamitische scholen hebben moslimfundamentalisten nog steeds invloed op zes basisscholen.” In het filmpje zegt de voice-over: “Er is niets aangetroffen dat tot onrust zou leiden of dat scholen zouden aanzetten tot haat.” De voice-over meldt dat de Onderwijsinspectie ook tegen problemen op loopt: “Bestuursleden bemoeien zich soms direct met beleid op school. Sommige scholen doen weinig aan integratie. Het scheiden van meisjes en jongens komt voor. Directies hebben nog steeds te weinig zicht op godsdienstonderwijs. Muziek blijkt nog steeds een probleem”. Verderop in het filmpje herinnert de voice-over aan de uitzending van vorig jaar waar NOVA meldt dat tien islamitische scholen banden hebben met fundamentalistische stichtingen. Ook wordt de AIVD geciteerd: “Op 20% van de scholen zijn personen betrokken die banden hebben met radicaal-islamitische organisaties.” (Dit is de derde uitzending waarin NOVA dit citaat gebruikt, PvH).

In de reportage wordt verder ingegaan op de stichtingen Al Waqf en El Tawheed: “Over Al Waqf schrijft AIVD dat deze vijandig staat ten opzichte van niet-moslims, joden en christenen. (…) De imams van de moskee Al-Fourkaan (..) banen de weg voor rekrutering voor de jihad. Zij indoctrineren, maken de geesten rijp en bewerkstelligen een emotionele afstand tussen jongeren en hun omringende samenleving”.



De voice-over meldt dat vier van de tien scholen alle banden met fundamentalisten hebben verbroken; zes van de tien scholen hebben volgens NOVA die banden nog steeds. Tijdens het filmpje geven B. Budak (Godsdienstleraar), Z. Arslan (onderwijsmedewerker Forum) en S. Benayed (ISBO) commentaar. Arslan zegt dat de schoolbesturen het goed aan moeten pakken. Benayed is blij met de kritische punten van de Onderwijsinspectie, omdat de scholen dan weten waar ze aan moeten werken.
Het rapport van de Onderwijsinspectie oordeelt overwegend positief over islamitische scholen. In de tv-uitzending worden met name de negatieve punten van het Inspectierapport genoemd. NOVA blijft benadrukken dat er banden zijn met fundamentalistische organisaties. Na het bekijken van de uitzending blijft niet het beeld achter dat de Onderwijsinspectie geen bevindingen heeft gedaan, die tot onrust zouden moeten leiden. De kijker heeft na het zien van deze uitzending het idee dat er toch nog heel wat mis is met de islamitische scholen.

1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

  • 4.7 De ontvangst van het Inspectierapport
  • 4.8 Het tweede Inspectierapport

  • Dovnload 0.77 Mb.