Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


De voornaamste onderwerpen van de Daf HaJomi – Sjabbat 89

Dovnload 27.17 Kb.

De voornaamste onderwerpen van de Daf HaJomi – Sjabbat 89



Datum12.05.2019
Grootte27.17 Kb.

Dovnload 27.17 Kb.

zaterdag 30 juli 2005 ‏‏שבת כ"ג תמוז תשס"ה

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van de Daf HaJomi – Sjabbat 89

Door Zwi Goldberg, zwigold@netvision.net.il, www.hoor-israel.org



De discussie tussen Mosjé en de engelen

Toen Mosjé naar boven ging, zeiden de dienstdoende engelen tegen Hasjem: „Heer der wereld! Wat doet iemand die uit een vrouw geboren is, tussen ons?” „Hij komt de Tora in ontvangst nemen,” antwoordde G-d. Zij zeiden: „Die geliefde schat die gedurenden 974 generaties voordat de wereld geschapen werd, bewaard werd, dat wilt U geven aan een wezen van vlees en bloed?” [De Tora zou gegeven worden na 1000 generaties, zoals blijkt uit Psalmen 105:5: ‘Zijn woord gebood Hij na duizend generaties.’ Van Adam tot Mosjé waren er slechts 26 generaties, dus waren er 974 generaties vóór de schepping.] Hasjem zei tegen Mosjé: „Antwoord hen.” Mosjé vroeg daarop aan Hasjem: „Heer der wereld, wat staat er geschreven in de Tora die U mij wilt geven?” „Ik ben Hasjem je G-d, die jullie uit Egypte heeft gevoerd.” Daarop zei Mosjé tegen de engelen: „Zijn jullie naar Egypte afgedaald? Waren jullie slaven van Par’o? Waarvoor hebben jullie de Tora nodig?” „Wat staat er nog meer in?” vroeg Mosjé. „Jullie zult geen andere goden hebben,” antwoordde Hasjem. „Aanbidden jullie andere goden?” vroeg Mosjé de engelen. „Wat staat er nog meer in?” „„Gedenk de Sjabbat en heilig hem.” „Moeten jullie werken dat jullie moeten rusten?” „Wat staat er nog meer in?” „Eer je vader en moeder.” „Hebben jullie een vader en moeder?” „Wat staat er nog meer in?” „Je zult niet moorden, niet stelen, geen overspel plegen.” „Hebben jullie zulke slechte neigingen?”

Daarop stemden de engelen in met Hasjem dat de Tora aan Mosjé zou worden gegeven.

De Tora van Mosjé

Nadat Mosjé met de Tora naar de aarde was teruggekeerd, vroeg de Satan aan Hasjem: „Waar is de Tora?” G-d antwoordde: „Die gaf Ik aan de aarde.” Satan ging naar de aarde en zocht overal, tot in de diepte van de zeeën maar vond de Tora niet. „Waar is de Tora?” vroeg de Satan weer. „Ga naar de zoon van Amram,” antwoordde G-d. „Waar is de Tora, die Hasjem je gegeven heeft?” vroeg de Satan aan Mosjé. „Wie ben ik,” antwoordde Mosjé, „dat G-d mij de Tora zou geven?” „Mosjé,” riep Hasjem uit de Hemel, „ben jij een leugenaar?” [De Satan vroeg Mosjé: ‘Waar is het verborgen licht van de Tora. Jij bent maar een sterveling en daarom niet in staat dat te bevatten. Jij kunt alleen het externe effect van Tora begrijpen.” Uit bescheidenheid bekende Mosjé dat hij niet de hele Tora begreep, en antwoordde:] „Alleen omdat U Uw licht op mij deed schijnen, mocht ik de Tora ontvangen.” [Zo is de gewoonte van grote Tora-geleerden, om hun eigen kennis te onderschatten.] Hierop antwoordde Hasjem: „Daar jij je rol in de ontvangst van Tora verkleind hebt, zal het jouw naam dragen: „de Tora van Mosjé.”



De terugkomst van Mosjé

Toen Mosjé naar boven ging om de Tora in ontvangst te nemen, zei hij tegen het volk: „Over veertig dagen, aan het eind van het zesde uur kom ik terug.” Mosjé bedoelde terug te keren op de 17e Tammoez. Maar het volk verrekende zich en dacht dat hij de 16e Tammoez moest terugkeren. Zij dachten dat de dag dat Mosjé omhoog ging, de eerste dag was. Maar Mosjé bedoelde 40 hele dagen van elk een dag en een nacht en die eerste dag dat hij opsteeg, was maar een halve dag. Op het eind van de 40 dagen volgens de berekening van het volk, dus op de 16e Tammoez, vertelde de Satan het volk dat Mosjé gestorven was. Hij liet hen een beeld van Mosjé zien, gelegen op een baar, die naar de hemel werd gedragen. Daar raakte het volk zo van in de war, dat zij tegen Aharon zeiden: „Maak voor ons goden, want deze man Mosjé, wij weten niet wat er van hem geworden is” (Sjemot 32:1).



De namen van de berg Sinaï

Rav Kahana zei: de naam is Sinaï omdat er wonderen (nissiem) voor het Joodse volk verricht werden.

Of een andere reden: De berg werd een goed teken (siman tov).

Rav Chisda en Rabba de zoon van Rav Hoena zeiden: Het is de berg waarop G-d de afgodendienaren haatte (sinaa).

Rabbi Jossi de zoon van R. Chanina zei: de berg (en zijn omgeving) heeft vijf namen: a. Woestijn Tsin, waar de Joden geboden (nitsawoe) werden zich aan Tora te houden; b. Woestijn Kadesj, want daar werden de Joden geheiligd (nidkadsjoe); c. Woestijn Kedemot, want de Tora die aan de wereld vooraf ging (kedemot) werd er gegeven; d. Woestijn Paran, want het Joodse volk werd er vruchtbaar (paroe) en vermenigvuldigde er zich; e. Woestijn Sinaï omdat de haat (sinaa) voor afgodendienaren erop neerdaalde. En de eigenlijke naam van de berg is „Chorev.”

Daf 89b

Het rode lint om de nek van de geit voor Azazel

Hoe weten wij dat met het wit worden van dat lint de zonden van het volk vergeven worden? Het vers in Jesjajahoe 1:18 zegt: „Al zijn je zonden als scharlaken wollen [kasjaniem – meervoud van wol], zij zullen wit worden als sneeuw.” Dat betekent, legt Rabbi Jitschak uit, dat zelfs al zijn je zonden zo talrijk als de jaren [kasjaniem], d.w.z. zo talrijk als de jaren van de wereld sedert de Schepping, dan nog zullen zij weer wit worden. Want als iemand stelselmatig de zelfde overtredingen begaat, dan is hij een slecht mens. Maar iedereen doet wel eens een misstap en begaat een overtreding. Maar zolang daar geen vast patroon in zit, maar het gebeurt per ongeluk, dan, ook al zijn die misstappen talrijk, zoals bij het Joodse volk, dan blijft de Joodse ziel zuiver en hun zonden worden hun vergeven.



Misjna

De Misjna neemt het onderwerp van het uitgaan op Sjabbat met verschillenden voorwerpen weer op, en wat hun minimum hoeveelheid is waarvoor men strafbaar is: Wie uitgaat met hout is strafbaar wanneer het genoeg is om een kippenei te koken. Voor kruiden is de minimum hoeveelheid de hoeveelheid die nodig is om een kippenei te kruiden. Voor noten- en granaatappelschillen en planten waarvan men kleurstoffen maakt: genoeg om de top van een vrouwenhoed te verven [die hadden in de tijd van de Talmoed een gekleurde top]. Verschillende soorten vlekkenwater: genoeg om het gekleurde lapje op de dameshoed te wassen.

  • De voornaamste onderwerpen van de Daf HaJomi – Sjabbat 89
  • De Tora van Mosjé
  • De terugkomst van Mosjé
  • De namen van de berg Sinaï
  • Het rode lint om de nek van de geit voor Azazel

  • Dovnload 27.17 Kb.