Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Ambtelijk vakmanschap in de participatiemaatschappij: Op zoek naar nieuwe democratische werkvormen in de faciliterende gemeente

Dovnload 43.62 Kb.

Ambtelijk vakmanschap in de participatiemaatschappij: Op zoek naar nieuwe democratische werkvormen in de faciliterende gemeente



Datum31.10.2018
Grootte43.62 Kb.

Dovnload 43.62 Kb.

Ambtelijk vakmanschap in de participatiemaatschappij:

Op zoek naar nieuwe democratische werkvormen in de faciliterende gemeente

Concept Plan van Aanpak voor gemeenten, augustus 2017

Wieke Blijleven, MSc.

(w.blijleven@uvt.nl)

Dr. Merlijn van Hulst

(m.j.vanhulst@uvt.nl)

Prof. dr. Frank Hendriks

Inhoud


Aanleiding 2

Vragen en Doel 3

Contouren van de leerkring (onderzoek, dialoog en reflectie) 3

Kennisuitwisseling 6

Betrokken Partijen 7

Appendix 10



Aanleiding


Burgers en maatschappelijke organisaties manifesteren zich de afgelopen 20 jaar steeds duidelijker als partner of zelfs als trekker van de publieke zaak. De samenleving zou zich zelfs ontwikkelen richting een participatiemaatschappij, een energieke samenleving of een doe-democratie. Op het lokale niveau (in dorpen, steden en wijken) stellen deze ontwikkelingen nieuwe eisen aan gemeenten. Steeds meer Nederlandse gemeenten experimenteren dan ook met manieren om bewoners te betrekken of maatschappelijke initiatieven te ondersteunen. Zij doen bijvoorbeeld aan democratische vernieuwing, co-creatie, co-productie of overheidsparticipatie en willen vaker in plaats van reguleren en regisseren, als overheid faciliteren of zelfs loslaten. In de overgrote meerderheid van de gemeenten (86,25%) worden deze ontwikkelingen gevat in het collegeprogramma en wordt beleid gemaakt om participatie van burgers te bevorderen (Burgerparticipatiemonitor, 2016).

Gemeenten laten niet zomaar de ruimte aan burgers. Ze bekommeren zich wel degelijk om die ruimte en brengen die tot stand. Een belangrijk en tot nu toe onderbelicht vraagstuk binnen deze uitdaging gaat over de aard van het ambtelijk vakmanschap dat nodig is om nieuwe werkpraktijken goed vorm te geven en daarbij je rol als overheid, en meer specifiek als ambtenaar, opnieuw uit te vinden. Vervolgens dringt zich ook de vraag naar democratische waarden zich op. De overheid staat voor de uitdaging om mede zorg te dragen voor de realisatie van democratische en andere waarden in het publieke domein, vaak met minder en andere sturingsmiddelen dan voorheen. Voor het vakmanschap van ambtenaren op de werkvloer betekent deze uitdaging dat ambtenaren in staat moeten zijn effectief bij te dragen aan het realiseren van die waarden op het lokale niveau.


Vragen en Doel


De nieuwe ontwikkelingen op het lokale niveau bieden allerlei kansen en uitdagingen voor het ‘ambtelijk vakmanschap’ van ambtenaren. In het voorjaar/zomer 2017 zijn wij op zoek gegaan naar gemeenten en andere instanties die willen deelnemen aan een leerkring. De volgende vraag staat centraal in de leerkring:

Welke werkpraktijken hebben gemeenteambtenaren ontwikkeld in de omgang met diverse vormen van burgerbetrokkenheid, hoe gaan zij om met de dilemma’s waar zij in hun dagelijkse werk mee geconfronteerd worden, en hoe zouden zij hier in van elkaar kunnen leren?

Specifiekere vragen die aan bod zullen komen zijn de volgende: Hoe wordt de verbinding gelegd tussen bewonersparticipatie en de interne processen in de gemeente? Hoe kunnen ambtenaren omgaan met spanningen tussen initiatieven en beleid of regelgeving? Waar liggen de grenzen tussen loslaten, faciliteren en sturen en hoe kies of schakel je als ambtenaren tussen deze rollen? Hoe betrek je collega’s, raad en college bij initiatieven? En hoe kunnen nieuwe werkpraktijken worden ingebed in de bestaande ambtelijke functies? Hoe combineer en deel je als ambtenaar professionele en lokale kennis op een effectieve manier? En hoe moeten democratische waarden (gelijkheid en inclusie, verantwoording, deliberatie) gestalte krijgen in de context van maatwerk en initiatief?



De leerkring heeft tot doel gemeenten en haar ambtenaren te laten leren over de manier waarop toekomstgericht, effectief en innovatief met veranderde posities en dagelijkse dilemma’s van de participatiemaatschappij kan worden omgegaan. Wij stellen in deze aanloopfase bewust wel een brede hoofdvraag en doel, maar geen definitieve lijst met onderzoeksvragen vast. Dit doen wij omdat wij de keuzes hierin mede af zullen hangen van de interesses en specifieke dilemma’s van betrokken gemeenten en ambtenaren.

Contouren van de leerkring (onderzoek, dialoog en reflectie)


In de leerkring zullen door middel van onderzoek, dialoog en reflectie inzicht worden verschaft in de werkpraktijken die ambtenaren hebben ontwikkeld en de dilemma’s waar ze tegenaanlopen. Werkpraktijken omvatten de inzichten, de routines, de competenties, de rollen en vaardigheden die vakmensen zich hebben aangeleerd. Zulke praktijken zijn gericht op bepaalde doelen en met waarden geladen. Mensen die meester in hun vak zijn, weten daarnaast ook met onverwachte gebeurtenissen om te gaan, om regels toe te passen op complexe gevallen en om op een gefundeerde manier te improviseren daar waar nodig. Dilemma’s zijn momenten of situaties waarin waarden, interpretaties of belangen met elkaar in conflict komen en ambtenaren tot een bepaalde balans of keuze worden gedwongen. Op basis van het onderzoek binnen dit project en onze eerdere onderzoekservaring bieden wij de leerkring een denk- en handelingskader. Hierin staan werkpraktijken en bijbehorende (democratische) waarden centraal. Het kader stelt ambtenaren en gemeenten in staat hun eigen rol(len) te doordenken en vervolgens consequent en consistent te kiezen voor een bepaald repertoire van bijpassende werkvormen. Het leertraject wordt afgesloten met een conferentie, gevoed door een handzame slotpublicatie. Het leertraject geeft de deelnemers uiteindelijk meer perspectief, meer context, meer reflectie bij wat in de praktijk vaak wordt ervaren als de ‘maalstroom’ of ‘waan van de dag’.

Fase 1 (sept. 17 - maart 18) Fase 2 (maart 18-dec. 18)



Figuur 1: De leerkring in vogelvlucht

Nb. Streven voor fase 1 is minimaal vier en maximaal zes betrokken gemeenten. In de eerste twee gemeenten (Berkelland en Harderwijk) zal het veldwerk in de late zomer / het vroege najaar starten. In de tweede fase kunnen andere gemeenten in overleg bij de leerkring aanhaken. Uiteindelijke bevindingen moeten aan alle Nederlandse gemeenten ten goede komen.

Fase 1: najaar-winter 2017/18

Veldwerk 1: Interviews in de gemeenten - praktijken en dilemma’s (Wieke Blijleven, Merlijn van Hulst)

Interviews

Bij aanvang van de leerkring zal een ronde interviews plaatsvinden in elke betrokken gemeente (6-8 per gemeente). De interviews zijn bedoeld om werkpraktijken en dilemma’s van uitvoerende ambtenaren in kaart te brengen. De interviews duren tussen de 60 en 90 minuten. De gemeenten bepalen in overleg met het projectteam wie geïnterviewd worden. Aan de analyse van de interviews zullen meerdere projectmedewerkers deelnemen. De geanalyseerde interviews worden getoetst aan de literatuur en de uitkomsten zijn input voor de volgende fase van de leerkring.



Brede reflectie-bijeenkomst

In de eerste reflectiesessie zullen een twintigtal ambtenaren uit de betrokken gemeenten in dialoog gaan over en reflecteren op de uitdagingen van hun werk in de participatiemaatschappij. Eerste bevindingen worden gepresenteerd en in overleg met afgevaardigde ambtenaren zullen thema’s voor de tweede fase worden benoemd. Een eerste inventarisatie brengt de volgende thema’s in beeld: de rol van de raad en college, het kijken over de grenzen van je organisatie en communiceren met diverse partijen, omgevingswet en het betrekken van je collega’s in de organisatie. Met bijdrages van en Jornt van Zuylen, Wieke Blijleven, Frank Hendriks en Imrat Verhoeven, en onder begeleiding van Merlijn van Hulst. De reflectiebijeenkomst zal plaatsvinden in het midden van het land tussen 10 en 16 uur.



Fase 2: voorjaar-zomer 2018

Veldwerk 2 (Wieke Blijleven, Merlijn van Hulst):

Focusgroepen

Focusgroepen zijn een vorm van groepsgesprekken (dialoog) rond bepaalde thema’s. De voorbereiding en begeleiding van zulke gesprekken is erg belangrijk. De uitkomsten van de interviews en de reflectiebijeenkomst in de eerste fase zullen worden ingezet in deze tweede fase. Aan de gesprekspartners worden enkele scenario’s voorgelegd, die gebaseerd zijn situaties waar wij in de interviews over hebben gehoord (uiteraard geanonimiseerd en gestileerd). De focusgroepen zijn een manier om groepen ambtenaren in gesprek te brengen over de kern van hun werk. In overleg met de betrokken gemeenten worden hierbij specifieke thema’s opgenomen. Door middel van de focusgroepen zullen we ook de dilemma’s en praktijken verder kunnen uitdiepen. In elke gemeente vinden één of twee gesprekken plaats. De gemeenten bepalen in overleg met het projectteam wie aan de gesprekken deelnemen.



Participerende observatie

In de eerste fase werd individueel gesproken met een grote groep ambtenaren om beter inzicht te krijgen in hun werk. Als vervolg hierop kijken we breder naar de omgeving waarin ambtenaren werken. We observeren ambtelijk vakmanschap in context en in actie, door een project of een medewerker (letterlijk) te volgen (ook wel ‘schaduwen’ genoemd). Enkele voorbeeldprojecten (één of twee in elke gemeente) waarin de belangrijkste thema’s en dilemma’s uit fase 1 worden weerspiegeld, zullen in samenspraak met de gemeenten worden geselecteerd.



Goed-werk sessies met drs. Thijs Jansen

Thijs Jansen van Stichting Beroepseer en Tilburg University gaat met ambtenaren in gesprek over hun vakmanschap aan de hand van de zogenaamde GoedWerk Toolkit. Deze toolkit is gebaseerd op het Good Work project van onderzoekers van Harvard University (V.S.) en door Beroepseer verder ontwikkeld voor de Nederlandse context. Centraal in de toolkit staan drie onderdelen van goed werk: excellence, engagement en ethics. Kort gezegd, hoe werk je vakkundig, betrokken en moreel verantwoord? Goed-werk sessies zullen plaatsvinden in het midden van het land tussen 10 en 16 uur. Bij voldoende belangstelling zal deze sessie twee keer worden georganiseerd.



Fase 3: najaar 2018

Eindconferentie

Tijdens de eindconferentie zullen voorlopige bevindingen en lessen uit het veldwerk worden gepresenteerd door Wieke Blijleven en Merlijn van Hulst. Reflectie en dialoog zullen worden aangevangen door Paul ’t Hart en Frank Hendriks. In overleg met de betrokken partijen zal zullen een grote groep ambtenaren uit gemeenten en beleidsmedewerkers uit andere relevante organisaties (ministerie, Platform31, A en O, …) worden uitgenodigd. De eindconferentie zal plaatsvinden in het midden van het land tussen 10 en 16 uur.



Publicatie van bevindingen/lessen en overige vormen van kennisuitwisseling

Na de eindconferentie zullen de bevindingen en lessen verder worden uitgewerkt en in een handzame slotpublicatie worden verwerkt. Daarnaast zal er in overleg met betrokken partijen voor alternatieve vormen van kennisuitwisseling zijn gekozen. De publicatie en verdere kennisuitwisseling zullen plaatsvinden tegen het eind van 2018 en doorlopen tot in het voorjaar van 2019.


Kennisuitwisseling


De kennisuitwisseling binnen het project begint bij de betrokken gemeenten Enerzijds wordt kennis direct uitgewisseld door de ambtenaren tijdens de reflectiesessies. Anderzijds vindt die kennisuitwisseling plaats in het onderzoek, waar de onderzoekers op hoger abstractieniveau op zoek gaan naar de rode draden in de praktijken en dilemma’s tussen de gemeenten. Deze bevindingen zullen vervolgens weer input vormen voor de directe uitwisseling en reflectie.In de loop van het project worden diverse experts en organisaties betrokken bij de uitwisseling (verdieping, verrijking en deling) van de kennis. Experts en organisaties op het gebied van ambtelijk vakmanschap (Paul ’t Hart, USBO/ NSOB; Thijs Jansen, Stichting Beroepseer) en democratische innovatie en participatie (Frank Hendriks, Imrat Verhoeven) worden daarbij samengebracht. Betrokken partijen (o.a. deelnemende gemeenten, VNG, A&O fonds) worden gevraagd om gedurende het project mee te denken over (voorlopige) uitkomsten en zullen hun platforms zoals nieuwsbrieven en bijeenkomsten inzetten om die kennis te delen met een breder publiek. Het project zal worden beëindigd met een brede eindconferentie, waarna een slotpublicatie zal worden voorbereid die kan worden verspreid onder gemeenten. Voor de gemeenten zullen er ook lokale lessen worden geformuleerd en hierin zullen de betrokken ambtenaren met het projectteam samenwerken. In overleg met de betrokken partijen en in aansluiting op de behoeften van gemeenten zullen ook alternatieve vormen van kennisuitwisseling worden ingezet. Te denken valt aan presentaties en discussies voor, door en met ambtenaren in het land, een beleidsspel met scenario’s uit de leerkring, een video over bijzondere cases uit de leerkring of samenvattende infographic. Het project zal in eerste instantie de betrokken partijen (betrokken gemeenten, universiteit en overige organisaties) laten leren en vervolgens overige Nederlandse gemeenten door middel van deze kennisuitwisseling in staat stellen om hun ambtelijke vakmensen te laten groeien in hun werk (via eindconferentie, publicatie van bevindingen en overige vormen van kennisuitwisseling). Belangrijk is aan de ene kant dat in de kennisuitwisseling veel mogelijke geïnteresseerden worden bereikt en tegelijktijdig dat de rijkheid van de uitkomsten geen geweld aan wordt gedaan.

Betrokken Partijen


Gemeente Amersfoort, verkennend gesprek gepland, eind augustus 2017.

Gemeente Apeldoorn, contactpersoon José Cvetanovic (collegevoorstel in de maak).

Gemeente Berkelland, contactpersoon Jorien Stolwijk, deelname toegezegd.

Gemeente Breda, contactpersoon Arjen de Jong, project in optie.

Gemeente Harderwijk, contactpersoon Abbas Lotfolahian, deelname toegezegd.

Gemeente Tilburg, contactpersoon Ted van de Wijdeven, project in optie.

A en O fonds Gemeenten toonde warme belangstelling voor de leerkring in een gesprek op 10 juli 2017 met Eveline Vat. Een bestuursvoorstel is in de maak.

Het ministerie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft interesse getoond in de leerkring. Een verkennend gesprek zal plaatsvinden op 7 september 2017.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft de leerkring opgenomen in haar Ontwikkelagenda Lokale Democratie. (bijdrage toegezegd: 10.000 euro).

Tilburg School of Governance

Bij de Tilburg School of Governance (voorheen de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur) heeft geruime tijd ervaring met onderzoek en leerkringen in het lokale bestuur. Haar onderzoekers keken de afgelopen jaren onder andere naar bestuurskracht van gemeenten, naar 'good governance' in steden, naar ‘best person’ in de Nederlandse probleemwijken, naar ‘samenredzaamheid’ in steden, naar overheidsparticipatie en andere democratische vernieuwingen. Ook deden zij onderzoek naar de werkpraktijken van publieke professionals en bestuurders in gemeenten, zoals burgemeesters, raadsleden, griffiers en wethouders. De gemeenten waar ze in eerdere onderzoeks- en adviestrajecten mee samenwerkten zijn, onder andere, Aalburg, Amsterdam, Almere, Berkelland, Breda, Den Haag, Dordrecht, Eindhoven, Utrecht, Leeuwarden, Rosendaal, Tilburg en Zwolle. De School werkt daarnaast al geruime tijd met de diverse onderzoeks- en interactiemethoden die in de leerkring worden toegepast.



Projectteam Tilburg School of Governance

Wieke Blijleven Msc. was werkzaam bij Democratic Challenge (BZK/ VNG) en werkt nu als promovenda bij de Tilburg School of Governance. Ze studeerde af aan de research master ‘Public Administration and Organizational Science’ aan de Universiteit Utrecht, op een onderzoek naar publieke verantwoording in de doe-democratie. Zij heeft zich gespecialiseerd in kwalitatief onderzoek op het gebied van democratische innovatie en participatie en begeleide eerder leerkringen/ leertrajecten op het gebied van overheidsparticipatie en ‘lotingsdemocratie’. Wieke zal de interviews en de observaties voor haar rekening nemen. Ook onderhoudt zij samen met Merlijn de communicatie met de betrokken partijen.

Prof. dr. Frank Hendriks is als hoogleraar vergelijkende bestuurskunde verbonden aan de Tilburg School of Governance. In academisch onderzoek en onderwijs richt hij zich op het brede veld van het democratisch bestuur, meer in het bijzonder op transformatie- en innovatieprocessen in dat brede domein, de verschijningsvormen, consequenties en drijvende (f)actoren erachter. Hoewel hij zich niet tot één bestuurslaag beperkt, is aandacht voor het stedelijke en lokale een constante in zijn werk. Van een groot aantal gebieden in binnen- en buitenland heeft hij de interne en externe governance goed leren kennen. De weerslag daarvan is, behalve in een groot aantal wetenschappelijke artikelen en hoofdstukken te vinden in de volgende boeken:

  • Good Urban Governance: A Comparative View, Springer, 2015 (red. met L. van den Dool, A. Gianoli, L. Schaap)

  • Loshouden en meemaken: over samenredzaamheid en overheidsparticipatie, 2014 (red met T. van de Wijdeven)

  • De zucht naar goed bestuur in de stad: Lessen uit een weerbarstige werkelijkheid, Boom Lemma, 2012 (red. met G. Drosterij)

  • The Oxford Handbook of Local and Regional Democracy in Europe, Oxford University Press, 2011 (red. J. Loughlin, A. Lidström & J. Loughlin)

  • City in Sight: Dutch Dealings with Urban Transformation, Amsterdam University Press, 2009 (met J. Duyvendak, M. van Niekerk)

  • Urban-Regional Governance in the European Union: Practices and Prospects, Elsevier, 2005 (met V. van Stipdonk, P. Tops)

  • Stad in spagaat: Institutionele innovatie in het stadsbestuur, Van Gorcum, 2000 (red met P. Tops).

  • Beleid, cultuur en instituties: het verhaal van twee steden, DSWO Press, 1996.

Dr. Merlijn van Hulst (projectleider) studeerde culturele antropologie in Utrecht en promoveerde vervolgens in 2008 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op een proefschrift over bestuurscultuur in Nederlandse gemeenten. Momenteel is hij als universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburg School of Governance, Tilburg University. Hij geeft leiding aan een Europees project over stedelijke intermediairs (‘mensen die het verschil maken’), dat etnografisch onderzoek en living labs omvat in vier steden: Amsterdam, Glasgow, Kopenhagen en Birmingham. Zijn onderzoekinteresses zijn de werkpraktijken van frontliniewerkers en de werking van verhalen. Merlijn is gespecialiseerd in kwalitatieve onderzoeksmethoden en etnografie in het bijzonder. Enkele van zijn in totaal ruim 80 wetenschappelijke en vakpublicaties:

  • Blatter, J., Markus, H., & van Hulst, M. (redactie) (2016). Qualitative research in political science (vier delen), London: Sage Publications. 

  • van Hulst, M. J., & Yanow, D. (2016). From Policy "Frames" to "Framing": Theorizing a More Dynamic, Political Approach. The American Review of Public Administration, 46 (1): 92-112.

  • C. Durose, M. van Hulst, S. Jeffares, O. Escobar, A. Agger and L. de Graaf (2016). Five Ways to Make a Difference: Perceptions of Practitioners Working in Urban Neighborhoods. Public Administration Review Volume 76 (4): 576-586.

  • van den Brink, G. J. M., van Hulst, M. J., de Graaf, L. J., & van der Pennen, T. (2012). Best persons en hun betekenis voor de Nederlandse achterstandswijk. Den Haag: Boom Lemma uitgevers.

  • van Hulst, M. J., de Graaf, L. J., & van den Brink, G. J. M. (2012). The work of exemplary practitioners in neighborhood governance. Critical Policy Studies, 6(4), 433-450.


Appendix


Gastoptredens

Prof. dr. Paul 't Hart is hoogleraar Bestuurskunde aan Utrecht University en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Pauls onderzoek, onderwijs en advies betreft politieke en publiek leiderschap, beleidsevaluatie, publieke verantwoording en crisis management. Zijn meest recente boeken: How Power Changes Hands: Transition and Succession in GovernmentUnderstanding Prime-Ministerial PerformanceThe Oxford Handbook of Political LeadershipUnderstanding Public LeadershipSettling the Office: The Australian Prime Ministership From Federation to Reconstruction, Routledge Compendium to Leadership. Dit jaar volgen twee nieuwe boeken: The Leadership Capital Index: A New Perspective on Political Leadership and Pivot of Power: Australian Prime Ministers and Political Leadership, 1950-2015. In 2013 publiceerde hij ook een invloedrijk essay over ambtelijk vakmanschap. In 2016 werd Paul een Advanced Grant from the European Science Foundation toegekend voor een onderzoeksprogramma van vijf jaar over de aard en voorwaarden voor succesvol beleid, organiseren en samenwerking in het publieke domein.

Drs. Thijs Jansen is senior onderzoeker aan de School of Governance (Tilburg University) en mede-oprichter en directeur van de Stichting Beroepseer die professionals in de publieke en semi-publiek sector helpt op te komen voor de kwaliteit van hun werk.  Hij publiceert al meer dan tien jaar artikelen en bundels over professionals in de publieke en semi-publieke sector. Publiceerde met Niels Karsten over de gezagsbronnen van burgemeesters en wethouders (Beleid en Maatschappij 2014); en geeft les hierover in de cursus voor wethouders. Schreef met Gabriel van den Brink het essay ‘Ambtelijk vakmanschap en moreel gezag’ (2016). Redigeerde verder het nummer ‘Ambtelijk vakmanschap’ van het tijdschrift Bestuurskunde (Winter 2014). In 2016 verscheen het boek ‘Moraliteit in actie. Wat sociale voortrekkers gemeenten kunnen leren’ als uitkomst van een anderhalf jaar durend project.  In het kader van de Stichting Beroepseer begeleidt  hij door de Stichting ontworpen  ‘Goed werk trajecten’ in publieke en semi-publieke organisaties. De Stichting werkt sinds 2009 samen met het Good Work Project van Howard Gardner aan Harvard University.

Dr. Imrat Verhoeven is universitair docent Bestuur en beleid aan de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich op relaties tussen bewonersinitiatieven en overheden, de veranderende rol van professionals in activerende verzorgingsstaten, burgerparticipatie, overheidsactivisme, en de rol van emoties in beleidsconflicten. Hij publiceerde onder meer:

Kampen,. T., Verhoeven, I. en L. Verplanke (2013) De affectieve burger. Hoe de overheid verleidt en verplicht tot zorgzaamheid, Amsterdam: Van Gennep.

Denters, B., Tonkens, E., Verhoeven, I. & J. Bakker (2013) Burgers maken hun buurt, Den Haag: Platform 31.

Tonkens, E. & I. Verhoeven (2012) Bewonersinitiatieven: proeftuin voor partnerschap tussen burgers en overheid, Amsterdam: Pallas Publications.



Jornt van Zuylen is de trekker van de Democratic Challenge. Of, misschien beter gezegd, de aanjager zoals ook op zijn visitekaartje staat. Jornt jaagt, verbindt, prikkelt en praat de hele dag door. Hij heeft een ongelooflijke drive en vol energie stort hij zich al jaren op thema's als 'maatschappelijk initiatief', 'overheidsparticipatie' en 'doe-democratie'. Hij kan het niet laten om de kennis en het netwerk dat hij daarmee heeft opgedaan aan alle kanten in te zetten voor de Democratic Challenge. Behalve als hij de kans krijgt thuis bij zijn kids te zijn, op het natuurijs te staan of zich terug te trekken in een natuurhuisje.

  • Inhoud
  • Vragen en Doel
  • Contouren van de leerkring (onderzoek, dialoog en reflectie)
  • Kennisuitwisseling
  • Betrokken Partijen
  • Appendix

  • Dovnload 43.62 Kb.